Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 112 Transformationele kunst

Susan Hol, Transformantie, 2014-2019.

Men put me down as the best woman painter …
… I think I’m one of the best painters.
Georgia O’Keeffe

Transformatie is wel het juiste woord als het gaat om de omslag van ‘ik wil koste wat kost binnendringen in die vermaledijde door mannen gedomineerde kunstwereld’, naar ‘stik erin jongens, ik creëer mijn eigen kunstwereld samen met al die andere inspirerende vrouwen’. (Zie ook aflevering 110.)

In het woordenboek staat: Transformatie: het krijgen van een heel andere vorm of het helemaal veranderen, omvorming, gedaanteverwisseling: de ~ van rups tot vlinder. Dat is best een mooie beeldspraak in dit geval. De rups die kruipend en (zich op)vretend een plek in die mannenkunstwereld probeert te veroveren en de vlinder die vrolijk uitvliegt en de hele grote wereld gaat verkennen. Dáág, mannenkunstwereld.

In 1972 startte Judy Chicago de Great Ladies serie, waarin ze probeerde in haar vormtaal en kleurgebruik iets heel specifieks te laten zien van een bepaalde vrouw uit de geschiedenis. Ze koos koninginnen als Christina van Zweden,  Elizabeth, Marie Antoinette en Victoria (de links gaan naar de foto van het werk op Chicago’s website).

Daarna ging ze aan de slag met een triptiek van vrouwen die ze bewonderde, zoals Madame de Staël, George Sand en Virginia Woolf (de links gaan naar de foto van het werk op Chicago’s website). De rand die de werken omzomen bevat veertig woorden over de bewonderde vrouw. Het drieluik had bijzondere betekenis voor Chicago.

Ze vertelt aan Lucy R. Lippard in het interview (Artforum, 13, no.1, september 1974) dat de drie schilderijen twee dingen laten zien: het veranderde bewustzijn in de laatste tweehonderd jaar in de geschiedenis van vrouwen, en een stadium in haar eigen ontwikkeling. Zo is in het schilderij Madame de Staël het binnenste vierkant erg helder, dat zich voor een veel zachtere kleur bevindt, verborgen en beschermd door de heldere kleuren van het binnenste vierkant. Het staat voor het zelfbeschermingsmechanisme van Madame de Staël, dat Judy Chicago herkende: zich een heldere en ‘showy’ façade aanmeten. Bij George Sand herkende en verbeelde ze de energie die onderdrukt moet worden. Over Virginia Woolf laat ze zich verder niet specifiek uit.

De transformationele kunst volgt bij Judy Chicago haar eigen ontwikkelingsproces, de groeiende feministische inslag. In en met haar werk wil ze alle uitwispogingen overwinnen en ervoor zorgen dat de prestaties van vrouwen permanent deel gaan uitmaken van de culturele geschiedenis.

De kunstbewuste makers van kunst, zoals de filosoof Jerrold Levinson het noemt in Defining Art Historically (1990, zie ook afleveringen 44 en 107), zitten volgens Judy Chicago te vast in traditionele geformaliseerde manieren van doen. In het interview met Lippard (Artforum, 13, no.1, september 1974) zegt ze dat dit ook geldt voor het kunstpubliek.

‘Het moet worden opengesteld voor een nieuwe menselijke dimensie’, zegt ze.

Interessant! Hoe zou dat er uit moeten zien?

About the author

Susan Hol

Leave a Comment