Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 248 Alice Neel, de zwangere vrouw en het zelfportret

Links: Alice Neel, Pregnant Betty, 1968 (foto van Pinterest). Rechts: Paula Modersohn-Becker, Autoportrait au sixième anniversaire de mariage, 1906, 101,8 x 70,2 cm (Paula-Modersohn-Becker-Stiftung, Brême) (foto van France Fine Art).

De naaktportretten die Alice Neel maakte van zwangere vrouwen zijn volgens Linda Nochlin indringend. Als voorbeeld noemt ze de liggende Pregnant Woman (1971) met haar ‘opbollende buik met bruine lijn en opgezwollen tepels’, en de minder bekende maar net zo interessante zittende Pregnant Betty (1968, zie linkerafbeelding bij deze aflevering). (Some Women Realists, 1974, in: Women, Art, and Power and Other Essays, 1988, p.103.)

In het portret van de zwangere Betty is het onderwerp, hoewel naakt, stevig gevestigd in een precieze tijd en plaats, door haar eigen elegantie en door de stijl van de kunstenaar, maar ook door de uiterst nauwgezette weergave van Betty’s zwangerschap, aldus Nochlin. De kunstenaar heeft nietszeggende generalisaties over de toestand van de zwangere vrouw vermeden. Sterker nog, ze toont juist een opzettelijke tegenspraak met de primitieve of archetypische clichés die altijd rond een beginnende zwangerschap hangen, zoals aardemoeder of vruchtbare godin. Ze doet dat door haar aandacht te vestigen op de totale onnatuurlijkheid van de zwangerschap voor deze sophisticated, geïndividualiseerde, stadse vrouw. (1988, p.103)

Neel toont de kracht van de tijdelijk gezwollen, opbollende borsten en buik (het rijk van de natuur), maar speelt deze kracht uit tegen de modieuze delicaatheid van de armen en benen, het eigentijdse kapsel, de geschilderde kunstgrepen van make-up en gelakte teennagels. Ze voegt deze tegenstellingen samen in een ongemakkelijke eenheid gebaseerd op de zitter die zich blootstelt (letterlijk en figuurlijk) aan de kunstenaar, discomfort, en een behoedzame teruggetrokkenheid, en daagt zo de comfortabele mystiek van het dragen van een kind uit. (1988, p.103)

Blootstelling, of jezelf blootstellen is volgens Nochlin ongetwijfeld een van de belangrijkste motivaties achter een nog meer gespecialiseerde subcategorie van de portretkunst: het naakte, of deels naakte, zelfportret. Bij de mannelijke kunstenaar lijkt een element van masochisme, uitdaging en zelfvernedering ineen impliciet aan het zich letterlijk blootgeven – en wat meer is – aan het publiek. (1988, p.103)

Bij vrouwelijke kunstenaars ligt dat volkomen anders. Terwijl we cultureel geconditioneerd zijn in de verwachting dat het onderwerp van het zelfportret mannelijk is, verwachten we niet dat hij naakt zal zijn; bij een vrouw zijn de verwachtingen omgekeerd: we verwachten vanzelfsprekend dat zij naakt zal zijn, maar niet dat zij het onderwerp van een zelfportret is. Hoeveel Portraits of the Artist as a Young Woman kun je met gemak bedenken, zo vraagt Nochlin. (1988, p.103)

Volgens Nochlin was het Paula Modersohn-Becker ‘who led the way’ op het gebied van het zelfportret.

NB. Mooi om te zien hoe de woorden van Nochlin over het portret van de zwangere Betty aan geloofwaardigheid winnen door het contrast met het zelfportret van Modersohn-Becker, duidelijk ook zwanger, maar veel lieflijker weergegeven.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment