Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 273 S a m e n w e r k e n

De Sister Chapel met een aantal nog levende kunstenaars. Zie ook aflevering 222 voor het hele verhaal. Foto via State of the arts.

De samenstellers van de tentoonstelling feministische kunst internationaal (1978) zijn ervan uitgegaan dat feministische kunst een vertellende, betogende kunst is. Ze hebben daarom de tentoonstelling naar onderwerp ingericht, niet naar vormcriteria, en vijf thema’s gekozen (zie aflevering 106).

In de afleveringen 158-185 kwam het eerste thema aan bod: bewustwording van en verzet tegen stereotype rolpatronen van mannen en vrouwen. Afleveringen 186-193, thema 2, gingen over: van binnen naar buiten, rolpatronen van vrouwen en mannen in beeld. aar buiten, rolpatronen van vrouwen en mannen in beeld. Het derde thema, afleveringen 194-253, behandelde seksualiteit en bevrijding. En thema 4 (afleveringen 254-272) ging over: zoeken naar inspirerende voorbeelden van vrouwen uit heden en verleden, die laten zien dat een vrouw meer en anders kan zijn dan de gangbare clichés vrouwen graag doen geloven.

Het laatste thema tot slot, thema 5, gaat in op de: samenwerking tussen feministische kunstenaressen onderling en tussen de feministische kunstenares en haar vrouwenpubliek. Lidewijn Reckman, al even aan bod geweest in de afleveringen 257, 259, 264, 265, is de auteur van dit stuk. (feministische kunst internationaal, 1978, p.56-58). Haar artikel is getiteld Samen sterk; Voorbeelden van samenwerking in de feministische kunst.

‘Net als andere bevrijdingsbewegingen heeft ook de feministische beweging solidariteit en samenwerking hoog in haar vaandel staan’, opent Reckman haar artikel. Natuurlijk kunnen kunstenaars (v) elkaar ook opzoeken om de krachten te bundelen en zo een plaats op te eisen in de door mannen gedomineerde kunstwereld. Volgens Reckman is dat toch niet de reden om samen met andere kunstenaars én hun vrouwenpubliek kunstwerken te maken. (1978, p.56)

‘De samenwerking tussen kunstenaressen onderling betekent een verzet tegen de heersende opvatting over de kunstenaar als geniale eenling’, aldus Reckman. Die geniale eenling kwam opzetten in de renaissance. ‘Sinds de renaissance’, zo schrijft Reckman, ‘is het kunstwerk de unieke schepping van de individuele kunstenaar. (1978, p.56)

Als kunstenaars al samenwerkten, dan was dat uit praktische overwegingen, bijvoorbeeld om een grote opdracht te kunnen doen. Toch was ook dan meestal sprake van dé kunstenaar, en zijn helpers. In de loop van de negentiende eeuw lijkt de autonomie van kunst en de kunstenaar steeds groter te worden, omdat de opdrachtgevers verdwijnen. (1978, p.56)

Een groep kunstenaars komt daartegen in verzet, onder aanvoering van William Morris, die de kunst opnieuw een plaats wil geven in het dagelijks leven (zie ook aflevering 161). Het doel was de integratie van kunst en ambacht. Hij zette zich in voor gezamenlijke arbeid in ateliers aan gezamenlijke producten. In diezelfde tijd bestaat het Duitse idee van het Gesamtkunstwerk, een combinatie van verschillende kunstdisciplines zoals beeldende kunst, theater en muziek. Bij feministische kunstenaars zijn die verschillende opvattingen over samenwerking terug te vinden: het samen maken van een product, de integratie van ‘hogere’ en ‘lagere’ vormen van kunst en samenwerking met het publiek. (1978, p.56)

Een goed voorbeeld daarvan is Sister Chapel (zie afleveringen 222-223).

About the author

Susan Hol

Leave a Comment