Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 323 Feministische kunst: té persoonlijk?

Deze foto komt van de Groene Amsterdammer (nr. 49, 6/12/2017), het artikel van Marja Vuijsje over Joke Smits boek Het onbehagen bij de vrouw.

De kritieken in de media op de tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal waren volgens Ingelies Vermeulen vooral gericht tegen de te letterlijke verbeelding van de feministische boodschap. Verder vonden veel recensenten de kwaliteit van het werk matig. (Ingelies Vermeulen, Feministische kunst een (on)haalbaar ideaal?, 2006, p.175, zie ook aflevering 322).

Vermeulen verbindt daar een conclusie aan: ‘Blijkbaar had de pers er veel moeite mee dat vrouwen hun persoonlijke leven verbeeldden en daarmee de museale wereld betraden.’ (2006, p.175) Daar kan ze natuurlijk zomaar gelijk in hebben, maar is dat ook een correcte conclusie? Ging de feministische kunst over persoonlijke levens of ging het over sociaal-maatschappelijke kwesties? En waren dat soort kwesties wel zo vreemd in musea?

Verder schrijft Vermeulen dat niet alleen kunstcritici moeite hadden met de tentoonstelling, maar dat ook veel vrouwelijke kunstenaars niets zagen in het begrip ‘feministische kunst’. (2006, p. 175) Betekent dit dan dat je deze vrouwelijke kunstenaars over één kam kunt scheren met de kunstcritici? Vonden zij precies hetzelfde van het werk van de kunstenaars die deelnamen aan de tentoonstelling Feministische Kunst Internationaal?

Uit alle commotie rondom de tentoonstelling heeft Vermeulen drie onderwerpen gedestilleerd die steeds weer aan de orde kwamen: ‘het al dan niet bestaan van zoiets als ‘feministische kunst’; kritiek op het geëngageerde karakter van de tentoonstelling; de vraag of het werk wel voldoende kwaliteit had om de toeschouwer te verleiden. (2006, p.175)

Zodra de term ‘feministische kunst’ was uitgesproken, begon de discussie erover…

About the author

Susan Hol

Leave a Comment