Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 348 Beslissend kenmerk in de feministische kunstpraktijk

Margaret Harrison, Homeworkers, 1977.

Foto gevonden bij Tate.

Als je de figuratieve kunst weer oppakt, zoals feministen in de vroege jaren 1970 doen, dan sleep je meteen een lading aan betekenissen, toepassingen en associaties met je mee (zie aflevering 347).

Hoe werkt dat dan? Een simpel voorbeeld. Stel je bent feministisch kunstenaar en schildert een naakte vrouw om de kracht en energie, vruchtbaarheid of seksualiteit van vrouwen te eren, te vieren, te huldigen. Hoe wordt daar dan door het gros van de mensen naar gekeken? Reken maar dat velen het totaal verkeerd begrijpen. In hun brein ratelt de traditionele visie op het vrouwelijk naakt en wordt het figuratieve schilderij geïnterpreteerd als de eeuwenlang door mannen zo veelvuldig geschilderde voyeuristische representatie van het vrouwelijk naakt.*

Hoe weet ik dat? Nou, gewoon, niet alleen omdat Roszika Parker en Griselda Pollock dat schrijven, maar simpelweg omdat ik zelf ook last heb van die antieke blik. Ook ik ben ‘besmet’ door die lading aan betekenissen, toepassingen en associaties van de patriarchale samenleving.

Sommige vrouwen pleiten voor de toegankelijkheid van figuratieve kunst. Andere vrouwen vinden dit niks. Zij denken dat wat vrouwen te melden hebben, nooit tot haar recht kan komen in de figuratieve kunst zo lang die patriarchale betekenissen, toepassingen en associaties nog de boventoon voeren.*

Dit debat over wel/geen figuratieve kunst verschuift in de jaren 1980 naar een meer strategische beoordeling van de implicaties van verschillende media en vormen. Is het wel een kwestie van kiezen tussen kunstvormen als figuratie of abstractie, conceptueel of scripto-visual (het samengaan van beeld en tekst, zie bijvoorbeeld de afbeelding bij deze aflevering)? Kan maar één kunstvorm de juiste zijn?*

Het antwoord is neen. Waar het om gaat is inschatten welk effect een specifieke procedure of specifiek medium zal sorteren bij een bepaald publiek, in een bepaalde context en op het actuele historische moment.*

In de feministische kunstpraktijk is dit een beslissend kenmerk geworden, dat radicaal breekt met categorieën voor het maken van kunst, zoals een of andere beweging, een bepaalde stijl, of kunst gedefinieerd op inhoud.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78

About the author

Susan Hol

Leave a Comment