Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 367 De ‘onverschillige’ zolderbewoner versus de ‘hijgerige’ kunstverzamelaar

Susan Hol, Meeting Point, 2012-2019, Florence, Italië.

De wereld van de chic, door Tom Wolfe ook wel le monde genoemd, is de sociale laag, het milieu van mensen ‘die het heel belangrijk vinden om bij te zijn, het kringetje van aristocraten, welgestelde burgers, uitgevers, schrijvers, journalisten, impresario’s en uitvoerende kunstenaars die bij ‘het gebeuren’ willen zijn – het glitterende maar kleine wereldje van die creatie van de negentiende-eeuwse wereldstad: tout le monde, Iedereen, van ‘Iedereen vindt’ … de ‘chic’ dus, hooggecultiveerd en enigszins blasé’, aldus Wolfe (Het geschilderde woord, Hollandia, 1982, p.17-18, zie ook aflevering 366).

De wereld van de kunstenaar botst met die van de chic en dat is precies wat iedereen wil als het gaat om ‘avant-garde’ kunst. De kunstenaar kan zich in de rol van onverschillige zolderbewoner uitleven (die toch lekker verdient aan de chic), de chic (parasi)teert op dat buitenissige en neemt de rol van de grote geweldige weldoener. Beiden, kunstenaar en chic, kunnen zich boven de maatschappelijke middenmoot verheven voelen.

De moderne kunstverzamelaar ‘wil die halsbrekende zoldertrap […] opklauteren, met woest bonzend hart, door de inspanning voornamelijk, maar ook door het besef dat vlak achter die deur daar boven … daar op die zolder … het echte spul te vinden is … de schilderijen, de plastieken die onbetwistbaar deel uitmaken van de nieuwe stroming, de nieuwe school, de nieuwe trend … krimpvrij, stootvast […] en gegarandeerd burgerbestendig’, aldus Wolfe (1982, p.22).

Dus hoe komt het nou dat de modernisten al voor de Eerste Wereldoorlog zo’n beetje hun stijlvernieuwing klaar hebben, maar de moderne kunst pas erna lijkt te zijn ontstaan (zie aflevering 366)? Eenvoudig, volgens Wolfe, omdat de bohemien voor de oorlog ontstaat en de chic een stuk later de aantrekkelijkheid ervan inziet. (1982, p.25)

Le monde, de chic, is in feite een klein clubje, zo verklaart Wolfe. Hij schat de aantallen als volgt: 750 in Rome, 500 in Milaan, 1750 in Parijs, 1250 in Londen, 2000 in Berlijn, München en Düsseldorf, 3000 in New York en nog zo’n 1000 verspreid over de rest van de bekende wereld. Kortom, de wereld van de beeldende kunst is een dorp van ongeveer 10.000 zielen. Dat is alles. (1982, p.25)

Hoe zit het dan met ‘het publiek’?

About the author

Susan Hol

Leave a Comment