Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 387 Marie Yates’ opleiders zijn not amused …

Marie Yates, Oppositional Frameworks 1 (from Signals 1975 – 78), 1976. Set of 6 panels: colour & black and white archival inkjet prints with texts mounted on board, 30.5 × 35.25 cm.

Foto gevonden bij Artsy.

In de vroege jaren 1960 … als vrouwelijke kunstenaars in opleiding zich totaal en geheel lieten opslokken door en opnemen in de ‘Amerikaanse macho ethos’, dan ‘zouden ze mogelijk in staat zijn om tweederangs mannelijke schilders te worden’, schrijft Fenella Crichton.* (zie ook aflevering 386)

Een omschrijving die ook past bij de ervaringen van Judy Chicago, die zó ontzettend haar best heeft gedaan om in de door mannen gedomineerde kunstwereld een plaatsje te veroveren (zie afleveringen 104-114).

Marie Yates walgt van dit wereldje en past ervoor. Ze stopt met haar opleiding. In 1968 waagt ze een nieuwe poging bij het Hornsey College of Art. Haar doel is dan om iets meer te ontdekken over het kunstprocedé. Volgens Crichton verraadt het werk van Yates uit die tijd haar acute bewustzijn van haar maatschappelijke positie, omdat dit werk bijzonder en heel nadrukkelijk vrouwelijk is.*

Als voorbeeld van dit vrouwelijke werk noemt Chrichton: ‘golvend rond gebogen neonbuizen, gloeiend in sacharinekleurige zachtheid, afgewisseld met gedrapeerd transparant materiaal, kronkelend en samenkomend in een decoratieve bundels’.*

In die periode aan Hornsey College of Art is het werk van Yates al meteen vluchtig, want ze haalt alles direct na de opbouw weer uit elkaar. Het enige blijvende is haar documentatie ervan. Een manier van werken die ze naar buiten verkast: ze gaat in het veld, op het platteland, in het landschap aan het werk met materialen en presenteert de documentatie van haar reis als het kunstwerk.*

En wat dacht je wat? Haar opleiders zijn not amused en keuren haar werk af. Yates voelt zich oneerlijk behandeld en stapt op. Ze vertrekt naar het platteland en probeert daar werk te maken dat haar ervaring met dat platteland overbrengt, en dan wel zodanig dat het andere mensen aanspreekt. In eerste instantie steekt ze in op een sculpturale vormgeving, waarbij het landschap (heuvels, bomen enzovoort) de sculpturale elementen zijn.*

Maar het wordt toch iets anders…

*Crichton, Fenella (1977). Women Artists in the UK. Nine women critics write about women artists of their choice working in the UK. Marie Yates. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 184-186.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment