Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 417 Olie en water samenbrengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit

Screendump. YouTube filmpje, de link staat in de laatste alinea, duurt 6:30 minuten.

Studio International, Journal of Modern Art, heeft in 1977 het thema ‘Women’s Art’ gekregen. Het tijdschrift opent met een artikel van Linda Nochlin; Ellen H. Johnson bespreekt vijftig jaar portretschilderen door Alice Neel (zie aflevering 363); negen critici (v) buigen zich over werk van kunstenaars (v) (afleveringen 364-408); en Sarah Kent geeft inzicht in de ervaringen van een vrouwelijke kunstenaar (afleveringen 409-416).

Op pagina 197 van Studio International gaat Lucy R. Lippard in op politieke kunst: Caring: five political artists. Lippard … in dit feuilleton al zo veelvuldig genoemd. Ik heb het even nagekeken. In de afleveringen 107-114 bespreek ik haar in verband met Judy Chicago. In de afleveringen met Louise Bourgeois komt Lippard ook voor (115-116; 119-123; 125-135), en verder nog zo hapsnap in zo’n dertien afleveringen. Deze inmiddels 82-jarige beroemde en zeer ervaren criticus was in 1977, toen ze dit artikel schreef, veertig jaar.

Goede politieke kunst moet vragen oproepen, schrijft Lippard, maar ook overtuigingen bevestigen. Een politiek kunstwerk komt tot stand via de kunstenaar die zich bewust is van het conflict tussen kunst en de echte wereld, terwijl het werk tegelijkertijd bedoeld is voor de echte wereld, aldus Lippard. Misschien dat het politieke kunstwerk van vrouwelijke kunstenaars op weg is naar de uitgang, dat het vertrekt uit de kunstwereld.* Waarom?

De ervaringen van vrouwen zijn anders (sociaal, seksueel, politiek) dan die van mannen, dus de kunst van vrouwen is ook anders, schrijft Lippard* Ik schat in dat ze bedoelt dat deze kunst misschien wel té anders voor de door mannen gedomineerde kunstwereld.

De politiek kunstenaars in het artikel van Lippard gebruiken woord en beeld. Volgens Lippard is dat noodzakelijk voor politiek effectieve kunst, zelfs binnen het frame van de zogenoemde visuele kunst ‘wereld’, schrijft ze. Verder gebruiken ze collage in hun pogingen om kunst en politiek, twee grootheden die zich net zo goed laten mengen als olie en water in een marktgeoriënteerde kunstwereld, samen te brengen tot een nieuwe geïntegreerde realiteit. Geen gemakkelijke weg.*

De politiek activistische kunstenaars die na het stukje van Lippard tijdschriftpagina’s met werk vullen zijn May Stevens (1924; zie ook afleveringen 192-193), Nancy Spero (1926-2009; zie afleveringen 149, 192), Mary Beth Edelson (1933; zie bijvoorbeeld de afleveringen 152, 192, 205, 217 en 291-295), Adrian Piper (1948) en Martha Rosler (1943; zie de performance Semiotics of the Kitchen in deze video).

*Lippard, Lucy R. (1977). Caring: five political artists. Studio International. Journal of Modern Art, 3, vol.193, no.987: 197-207.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment