Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 454 De specifieke intensiteit van feministische (kunst)debatten

Foto gevonden A l’encontre. De site heeft helaas geen fotoverantwoording, dus als iemand weet waar deze foto vandaan komt, wie de maker is, dan hoor ik dat graag.

De Amerikaanse kunstenaar Martha Rosler heeft de volgende antwoorden op de vraag: ‘Is het persoonlijke politiek?’ (zie aflevering 453):

  • ‘JA, als het zo wordt opgevat en als men het bewustzijn van een grotere collectieve strijd meebrengt bij vragen over het persoonlijke leven, waarbij de twee sferen zowel elkaars tegengestelde als een eenheid zijn.
  • NEE, als de aandacht zich vernauwt tot het bevoorrecht knutselen met of uitsluitend aandacht voor de eigen individuele privésfeer, gescheiden van elke collectieve strijd of publiekelijke gezamenlijke handeling, en de persoonlijke praktijk eenvoudigweg als politiek benoemt. Voor kunst kan dit betekenen dat men werk maakt dat eruitziet zoals kunst er altijd heeft uitgezien, dat weinig uitdaagt, maar waarvan men beweert dat het geldig is omdat het door een vrouw is gedaan.
  • JA, als men het sociaal aan banden gelegde blootlegt binnen de veronderstelde gebieden van vrijheid van handelen, namelijk het persoonlijke.
  • NEE, als men er eenvoudigweg op staat zijn recht op autonomie te beschermen en deze triomf van persoonlijke politiek als een publieke emancipatorische handeling beschouwt.
  • JA, als men openstaat voor de verschillende situaties van mensen in de samenleving als het gaat om het nemen van controle over hun privélevens.
  • NEE, als men slechts bij iedereen erop aandringt om ‘zichzelf te bevrijden’ of ‘hun leven te veranderen’.
  • JA, als we begrijpen hoe we deze eisen kunnen stellen aan het recht om ons leven te beheersen, binnen de context van de strijd om de controle over de richting van de samenleving als geheel.’*

Juist op het terrein van de kunstpraktijk komen de debatten over individualiteit en het subject, en feministische theorie en politiek in een enorm conflict, volgens Roszika Parker en Griselda Pollock. Zij beweren dat dit de specifieke intensiteit van feministische debatten bepaalt, want hoewel de kwesties van vitaal belang zijn, moeten de personen, de identiteiten en gevoelens van vrouwen die deze kwesties aan den lijve ondervinden, ook met respect en support behandeld worden. Dat is immers het fundament van de vrouwenbeweging.*

Wat de kwesties niet gemakkelijker maakt is dat er diepgaande verschillen blijken te zijn tussen de kunstenaars die zich feminist noemen.*

*Uit het boek Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.3-78.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment