Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 487 Kunstpraktijk ad. 3a Vrouwelijke ervaring (egokunst)

Kirsten Jüstesen, Het beeldhouwwerk, 1978.

Foto gevonden bij The Art Stack.

De combinatie ‘warrig zootje’ psychoanalytische theorieën (zie afleveringen 471-483) en kunst van vrouwen, in het essay On sexual politics and art* van Mary Kelly, bereikt met dit punt 3 haar (voorlopige?) hoogtepunt.

Nu waren 1) Vrouwelijke cultuur (moeder kunst) (afleveringen 484-485) en 2) Vrouwelijke anatomie (body art) (aflevering 486) al knap lastig om te ontwarren, maar bij deze 3) Vrouwelijke ervaring (egokunst) weet ik  het echt niet meer.

Kelly begint met de nog redelijk te vatten opmerking dat de vrouwelijke ervaring in kunst (egokunst) als basis een identificatie heeft met het beeld van wat de vrouw zou willen zijn. Hierin schuilt een paradox, aldus Kelly, want wat zij zou willen zijn is meestal wat hij wil dat ze is, het gewenste object.*

Nu is dat een aanvechtbare aanname, want hoe kan Kelly dit weten? Het is haar interpretatie van een verandering in de kunstpraktijk van vrouwen om haar heen in de jaren 1970. Kelly ziet dan een snelle toename van bepaalde ‘vormen van betekenis’, waarbij de eigen persoon van de kunstenaar, in het bijzonder haar lichaam, als object dienst doet. Kelly interpreteert dat als een tegemoetkoming aan het verlangen van de man.*

Nu is dat een aanvechtbare aanname, want hoe kan zij dit weten? Het is haar interpretatie van een verandering in de kunstpraktijk van vrouwen om haar heen in de jaren 1970. Kelly ziet dan een snelle toename van bepaalde ‘vormen van betekenis’, waarbij de eigen persoon van de kunstenaar, in het bijzonder haar lichaam, als object dienst doet. Kelly interpreteert dat als een tegemoetkoming aan het verlangen van de man.*

Het enige feit dat ik vast kan stellen is dat kunstenaars (v/m) in de jaren 1970 in toenemende mate hun eigen lichaam inzetten. Het lichaam wordt dan een object, inderdaad, maar of dit bij de vrouwelijke kunstenaar een ‘boodschap’ voor de man betekent durf ik te betwijfelen.

Kelly geeft wel enig tegengas aan haar eigen interpretatie, want volgens haar is de kunstenaar als object in haar eigen kunstvorm tegelijkertijd een stille aanwijzing voor die man, omdat hij door haar wordt beoordeeld. Als ‘verklaring’ voegt ze daar tussen haakjes aan toe: ‘Mannen wisselen vrouwen uit, niet andersom’.* Waarschijnlijk heeft Kelly iets specifieks voor ogen, want ik snap niets van die toevoeging.

Hierna volgt nog meer, in ieder geval voor mij lastiger te vatten, tekst…

*Uit: Mary Kelly, On sexual politics and art. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.303-312.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment