Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 493 De Man wordt man(netje)

Mikey Cuddihy, Serpentine Gallery 1981.

Foto gevonden op site kunstenaar.

De feministische tentoonstellingen bij de ICA (zie aflevering 492) laten de verscheidenheid van de feministische kunstpraktijk zien. Is er zoiets als feministische kunst? Neen, zeggen die tentoonstellingen volgens Roszika Parker. De werken ‘bemoeien’ zich met de belangrijkste stromingen en instellingen van de hedendaagse kunstpraktijk in die jaren 1970/80, hetzij door ermee te spelen, hetzij door er kritische vragen over te stellen.*

Wat feministen hebben bereikt in die jaren 1970/80, aldus Parker, is dat de ervaring van vrouwen niet meer in stilte wordt beleefd en verwerkt, en dat alle aannames over kunst en de kunstenaar in het juiste licht is komen te staan: de ideeën van de witte, mannelijke middenklasser.*

De tentoonstelling Women’s Images of Men gaat hoofdzakelijk op inhoudelijk niveau over verandering. De organisatoren hebben deelnemers aangetrokken met de vraag ‘Vrouwen, hoe zien jullie mannen?’ Te zien zijn schilderijen die een verhaal vertellen (narrative painting), sculpturen, tekeningen en fotografisch werk. Vooral voor figuratieve kunst is ruim plaats gemaakt, omdat de organisatoren én de vrouwenbeweging én de gebruikelijke galeriebezoeker willen bedienen.*

Het onzichtbare moet zichtbaar gemaakt worden, zo is de ambitie van de tentoonstellingsmakers, door aspecten van onderdrukking en censuur te onthullen. De door vrouwenogen gepresenteerde man op de tentoonstelling houdt op te bestaan als Man, de man die gelijkstaat aan men, aan mensheid, aldus Parker. De kunstenaars trakteren de man op ‘de blik’ (zie afleveringen 311 en 488), geen ‘male gaze’ maar ‘female gaze’, een ondermijnende handeling, en de vrouwen weigeren dienst te doen als object.*

De kunstwerken zijn lastig tot niet te begrijpen voor het publiek, schrijft Parker. Dat blijkt uit de commentaren. Mensen interpreteren de kritiek op de patriarchale samenleving als een gezeur om rolomkering. De paar mannelijke naakten die aan de wand hangen vermenigvuldigen zich op miraculeuze wijze in de bange hoofden van de bezoekers, met als resultaat een discussie over aantallen in plaats van over de inhoud.*

Het bijzondere is dat de kritieken zich begeven in twee uitersten.*

*Uit: Rozsika Parker, Feminist art practices in ‘Women’s Images of Men’, ‘About Time’ and ‘Issue’. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.235-237.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment