Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 508 Is er seksualiteit binnen het kader of ervoor?

Installation view of “Starification Object Series” by Hannah Wilke in the exhibition “Artists Make Toys” at the Clocktower Gallery. January 1- 25, 1975. MoMA PS1 Archives, III.A.2. The Museum of Modern Art Archives, New York. INPS1.23.24. Photograph by Lois Greenfield.

Foto gevonden bij MoMa.

In de renaissance wordt het moment van schaamte van Eva en Adam (we zijn naakt!) veel geschilderd, vertelt John Berger (Ways of Seeing, episode 2, zie ook afleveringen 506-507).

Al is er in die tijd wel iets veranderd: het is niet meer de schaamte van Eva en Adam naar elkaar, maar schaamte naar de toeschouwer. Het zijn de toeschouwers die kijken die de geschilderde figuren beschamen. Sindsdien tonen schilderijen met naakten vrijwel altijd het besef gezien te worden door de toeschouwer.

Wat ook helder is, aldus Berger, is de onverholen mannelijke hypocrisie: ‘je schildert een naakte vrouw’, zegt hij, ‘omdat je ervan geniet om naar haar te kijken. Je legt een spiegel in haar hand en noemt het schilderij Vanity (ijdelheid), waarmee je de vrouw – wiens naaktheid je hebt afgebeeld voor je eigen plezier – moreel veroordeelt.’ De vrouw de schuld geven … Berger ziet daarin het oude liedje, waarin Eva natuurlijk altijd fout zit. Da’s logisch…

Het schilderij, een naakt, is gemaakt om tegemoet te komen aan zijn seksualiteit, aldus Berger, het heeft helemaal niets te maken met haar seksualiteit. Een geschilderd naakt is niet naakt zoals Berger dat ziet: ‘naakt zijn is jezelf zijn’ (zie aflevering 507).

Bij een tentoongesteld naakt worden huid en haar volgens Berger een masker. Het is een masker dat je niet kunt afleggen. De naaktheid van een naakt in een schilderij is een andere vorm van gekleed zijn. Een naakt is veroordeeld om nooit naakt te zijn. Met kleren uit is ze net zo formeel als met kleren aan. Je ziet niet de vrouw, de vrouw wordt niet getoond als haarzelf. Al zijn er, zo voegt Berger toe, tussen de vele duizenden geschilderde naakten een stuk of twintig á dertig waarbij de kunstenaar de vrouw wél heeft gezien en haar toont als haarzelf.

Maar al die schilderijen met een naakt … roemen, loven en eren die de (geschilderde) vrouwen of zijn ze voor de mannelijke voyeur? Is er seksualiteit binnen het kader, of ervoor? Berger stelt deze vragen en een kunstenaar als Hannah Wilke, die van zichzelf een object maakt (zie afleveringen 505-506) en uitgaat van wat iedereen denkt bij een stripper, lijkt hiermee te spelen.

‘Is haar kunst verleidelijke kritiek of prikkelende verleiding?’ Judith Barry en Sandy Flitterman stellen deze vraag, ze weten het niet zo goed, ze vinden dat Wilke niet echt haar eigen positie helder maakt.*

*Uit: Judith Barry en Sandy Flitterman, Textual strategies: the politics of art making. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.313-321.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment