Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 547 ‘Kunstenaar’ als samenraapsel van allerlei betekenissen

June Wayne, age 18, working in her Chicago studio on return from exhibit Mexico City

Foto gevonden op de site van/over de kunstenaar.

De surrealistische kunstenaar (m) die mannelijk en vrouwelijk laat samensmelten (zie aflevering 546) is door kunstenaar June Wayne (1918-2011) op de hak genomen in haar artikel The Male Artist as Stereotypical Female (De Mannelijke Kunstenaar als Stereotype Vrouw; Art Journal, spring 1973, pp.414-16), zo schrijft Griselda Pollock.*

Wayne wijst er in haar artikel op, aldus Pollock, hoe de kunstenaar (m) als onhandig wordt beschouwd in geldzaken, als onpraktisch en verstrooid en dat hij behoefte heeft aan managers en huishoudsters, en gemanipuleerd wordt door dealers en verzamelaars. Als een vrouw echter doelbewust en rationeel is, wordt ze veroordeeld als agressief en onvrouwelijk, maar als ze passief, onpraktisch of onbekwaam is, dan wordt dat niet aangenomen als bewijs van haar genialiteit maar als iets dat aangeboren is, het is haar ‘vrouwelijke’ zwakke temperament.*

Maar dan komen figuren als Jackson Pollock, vervolgt Griselda Pollock. Zij versterken eind twintigste eeuw de mythen van de machismo-mannelijkheid van de kunstenaar. En in recente ontwikkelingen in de hedendaagse kunst, schrijft ze, is het beeld uit de jaren 1950 van de lijdende schilder-kunstenaar die aan zelfexpressie doet duidelijk weer terug in circulatie.*

Dus, alles bij elkaar genomen, is het idee ‘kunstenaar’ sinds de negentiende eeuw een samenraapsel van allerlei betekenissen geworden. Het is een ideologische constructie waarnaast een aanvullend type, de vrouwelijke kunstenaar, op een rommelige, gefragmenteerde manier tot stand komt, omdat het doel is een absoluut en hiërarchisch verschil tussen mannelijk en vrouwelijk tot stand te brengen.*

De kunstenaar die toevallig vrouw is, wordt volgens Pollock ook gemarginaliseerd door de toe-eigening van de term kunstenaar en het begrip kunst als het over mannelijkheid gaat. Dat was niet alleen heel vroeger het geval, in de tijd dat ze dit schrijft, de jaren 1980, gaat het nog steeds op die manier, ongeacht het feit dat meer dan vijftig procent van de kunstacademiestudenten dan vrouw is.

De term vrouwelijke kunstenaar levert een ondoenlijke spagaat op.*

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment