Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 556 Middenklasse wezenlijk onderdeel van feministisch bewustzijn

Fotograaf John Dominis / Courtesy of LIFE.com. Onderschrift van dailymail: An Appalachian mother clutches her sleeping child while staring into the distance as her other children play around her.

Foto gevonden bij dailymail.co.uk.

De vrouwenbevrijdingsbeweging werd revolutionair gevoed uit twee bronnen, aldus Juliet Mitchell: 1) de economische armoede van vrouwen in het rijkste land van de wereld (net als bij zwarte mensen) en 2) hun mentale en emotionele vernedering in zowat de rijkste omstandigheden die dat land biedt (net als bij de studenten en jongeren) (zie ook aflevering 555).*

Een groeiend bewustzijn van het tweede punt was voer voor de bewustwording van het eerste punt. Volgens Mitchell is alleen armoede geen bron van actie. Het is niet iets dat aanzet tot protest. Extreme ontbering heeft nooit de revolutionairen voortgebracht, schrijft ze, en noemt een voorbeeld uit een Chinese provincie waar mensen een in de geschiedenis maar weinig vertoont dieptepunt van roofzuchtige uitbuiting, structureel verval, chronisch geweld en terugkerende hongersnood hadden bereikt.*

Een dieptepunt, aldus Mitchell, leidt niet tot revoluties, het is een vooruitzicht dat mensen in beweging krijgt. En dan hoeft het niet zozeer het vooruitzicht van een top (utopisme) te zijn, het is voldoende om zicht hebben op een heuvel die kan worden beklommen.*

Nu waren de Amerikaanse vrouwen en studenten ver verwijderd van het dieptepunt die de genoemde Chinese mensen hadden bereikt, maar het gat tussen hun ontberingen en de glorie waarvan ze geacht werden te genieten was voor hen ontstellend genoeg om in actie te komen. Vanuit deze situatie, met een vooruitzicht op beter, kwamen volgens Mitchell alle revolutionaire bewegingen van de sixties in de ontwikkelde kapitalistische samenlevingen tot stand.*

Als je het op deze manier bekijkt, schrijft ze, dan is de ‘middenklasse’-samenstelling van de vrouwenbevrijdingsbeweging niet eens zo ongunstig. Het is een bron van angst en eindeloze mea culpa’s (de beschuldigende vinger naar zichzelf wijzen), maar ook een wezenlijk onderdeel van feministisch bewustzijn. Ter vergelijking: een vrouw die economisch en sociaal het meest kansarm is, zit veel vaster aan haar toestand door het idee dat dit een ‘natuurlijke’ situatie is.*

Zo zal een Appalachian moeder van vijftien kinderen haar situatie als ‘natuurlijk’ ervaren en dus onontkoombaar. Een meisje met een universitaire opleiding die haar tijd besteedt aan het bestuderen van Huishoudkunde voor een academische graad, kan zich in ieder geval afvragen ‘waarom?’, aldus Mitchell.

*Juliet Mitchell, Women’s Estate, Pantheon Books, Londen, 1971.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment