Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 557 ‘Black is beautiful’

Untitled (Garvey Day Parade — Harlem), 1967. Credit: Fotograaf Kwame Brathwaite/Courtesy of Philip Martin Gallery, Los Angeles.

Foto gevonden bij The New York Times. Een artikel dat is getiteld: The Photos That Lifted Up the Black Is Beautiful Movement, met foto’s van fotograaf Kwame Brathwait.

Juliet Mitchell richt zich in haar verhaal dus op de drie genoemde groepen, Black Power, studenten en jongeren/hippies, en hoe de vrouwenbevrijdingsbeweging daarmee vermengd/verbonden is (zie aflevering 554-556).

Als je het hebt over onderdrukking van mensen, schrijft ze, dan gaat het om meer dan economische uitbuiting. De meest economisch achtergestelde mensen van de vroege radicale bewegingen – Black Power – heeft dat aangetoond.*

De vroegste uitingen van de Black Power-strijd bevatten beslissende culturele aanvallen. Mitchell noemt ‘Black is beautifull’ en het opkomen voor de eigen waarden. In de haast om dit alles af te doen als alleen maar een psychologische kwestie, wordt de politieke betekenis ervan over het hoofd gezien.*

Misschien is de betekenis ervan het best weer te geven als iets dat totaal onvergelijkbaar is met de huidige arbeidersbewegingen, aldus Mitchell in 1971, of dat het plaatsvindt ten tijde van de bevrijdingsoorlogen in de derde wereld. De strijd van de arbeidersklasse in het Westen is bijvoorbeeld te stevig binnen de grenzen van haar eigen economische uitbuiting gebleven, vanwege verbondenheid met vakbondspolitiek of de hervormingsgezinde communistische partijen.*

Een volledig ontwikkeld politiek bewustzijn kan niet vanuit de uitgebuite klasse of onderdrukte groep mensen komen. Volgens Mitchell is daarvoor kennis van de onderlinge relaties (en dominante structuren) van alle klassen in een samenleving nodig. Niet dat Black Power dit overzicht per se wel heeft, maar de onderdrukking is cultureel en economisch zichtbaar en mede daardoor ontstaat het vuur om de diverse aspecten van onderdrukking binnen het hele systeem te zien.*

Dit betekent niet, vervolgt Mitchell, dat er een onmiddellijk begrip is van de wijze waarop andere groepen en klassen worden uitgebuit en onderdrukt, maar het betekent wel dat er zoiets als een ‘totalitaire’ aanval op het kapitalisme is, wat kan leiden tot bewustwording van de noodzaak van solidariteit onder alle andere onderdrukte groepen (cursiveringen zijn van Mitchell).*

Waaronder dus de vrouwen.

*Juliet Mitchell, Women’s Estate, Pantheon Books, Londen, 1971.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment