Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 559 De alfa’s (m/v) vormen de voorhoede en het fundament

Screenshot. Zie voor het YouTube filmpje (5:47 minuten) de link hier direct onder.

Het filmpje geeft in het kort een overzicht van de ‘Student movement in the 1060s’.

Hoewel ‘totalisme’ net als bij Black Power van toepassing is op de feministische strijd (zie aflevering 558), behoren de vrouwen in tegenstelling tot de zwarte militanten voornamelijk tot de middenklasse. Aangezien de vrouwen protesteren tegen de ervaring van achterstelling in de middenklasse, bevinden zij zich dichter bij de studentenbeweging waaraan velen van hen hadden deelgenomen, aldus Juliet Mitchell.*

De studenten zagen zichzelf niet als de bevoorrechte enclave, maar als de nieuwe armen, een nieuw deel van de werkende klasse. De studenten in de jaren 1960 waren radicalen en zagen duidelijk hun eigen armoede. Toch behoorde de overweldigende meerderheid tot de (witte) middenklasse waarnaar ze na hun studententijd zonder centen weer zouden terugkeren. Kortom, hun armoede was tijdelijk.*

Hun protest, zo schrijft Mitchell, is dan ook niet ontstaan door economische uitbuiting of onderdrukking, maar door een nieuwe definitie van onderdrukking. Ze voegt eraan toe dat het interessant is dat voor zowel de studenten als de vrouwen uit de middenklasse van de vrouwenbevrijdingsbeweging veel mogelijkheden open liggen met alle beschikbare onderwijs en rijkdom. En dat ze deze als ‘armoedig’ hebben verworpen. Dit is duidelijk een complexe bewering, aldus Mitchell.*

In feite waren tot aan de Tweede Wereldoorlog studenten in de alfawetenschappen een intellectuele elite, die voor zichzelf studeerde, met toekomstig werk dat verband hield met de status van afgestudeerde en niet zozeer met de inhoud van het behaalde universitaire diploma. Het werk van bèta’s en technische studenten hield altijd wel meer verband met de inhoud van hun universitaire opleiding. Rechters, artsen, accountants, journalisten enzovoort hadden hun eigen opleidingen, buiten de universiteiten.*

Geleidelijk aan veranderde sinds de oorlog, maar sterker tijdens de sixties, de positie van de studenten in de alfawetenschappen. Hun ivoren toren van mogelijkheden veranderde naar het niveau van de bèta’s en technische studenten. De alfa’s moesten zichzelf professionaliseren in beroepen als mediamensen of schrijvers van reclameteksten in een bloeiende media-industrie. De universiteit was het opleidingsinstituut voor werkers in de consumentenmaatschappij geworden, met een steeds banaler wordend lesprogramma tot gevolg.*

Het zijn dan ook de alfa’s die de voorhoede en het fundament van de studentenbeweging vormen. De nieuwe arbeiders, of dan toch zeker de nieuwe studenten voor een nieuw soort baan. Deze positie van de studenten heeft op twee manieren invloed op de vrouwenbevrijdingsbeweging.*

*Juliet Mitchell, Women’s Estate, Pantheon Books, Londen, 1971.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment