Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 566 Maximum aan collectief, minimum aan dominantie

Vrouwenbevrijdingsbewustwordingssessie, New York, 1972.

Foto gevonden bij The Commons Library.

Vrouwen verenigen zich, zoals Juliet Mitchell schreef (zie aflevering 565), maar daar blijft het niet bij. Vrouwen maken ook langzaam maar zeker van de vrouwenbevrijdingsbeweging een politieke organisatie. De beweging bestaat ten eerste uit alleen vrouwen en is ten tweede gebaseerd op een maximum aan collectief werk en een minimum aan dominantie door ‘leiders’, met als doel dat vrouwen uit de zich-verschuilen-achter/passieve rol blijven en actief deelnemen.*

De beweging heeft een aantal ideeën (concepten) voortgebracht. Enerzijds zijn dat ideeën over de bijdrage aan de ontwikkeling van een nieuwe politiek, denk aan ‘bewustwording’, ‘geen leiders’, ‘non-elitisme’ (ofwel ‘geen elitair gedoe’), anderzijds het laten zien hoe de onderdrukking van vrouwen in elkaar zit, met als onderzoeksterreinen ‘seksisme’, ‘mannelijk chauvinisme’ (ofwel de mannelijke vooroordelen tegen vrouwen; de overtuiging dat mannen superieur zijn in termen van bekwaamheid, intelligentie, enz.) en ‘feminisme’.*

De vrouwenbevrijdingsbeweging transformeert met andere woorden de ervaringen uit haar allereerste begin naar een politieke beweging, aldus Juliet Mitchell, die vervolgens de genoemde punten een voor een bespreekt, te beginnen met 1) Bewustwording.*

Velen zien bewustwording als een van de belangrijkste bijdragen aan de nieuwe politiek van de beweging. Hier komt het gevleugelde ‘het persoonlijke is politiek’ om de hoek kijken. Vrouwen sluiten zich aan bij de beweging met frustraties over hun eigen privéleven waar ze niet precies de vinger op kunnen leggen. Ze ontdekken dan dat ze niet de enige zijn: er is met andere woorden geen sprake van een individueel dilemma maar een sociale situatie en dus een politiek probleem.*

Het transformatieproces van de verborgen, individuele angsten van vrouwen naar een gedeeld bewustzijn van het feit dat er sprake is van een sociaal probleem, het uiten van boosheid, zorgen, verlangens, het gevecht om het pijnlijke te uit te dragen en om te zetten in het politieke … dat proces is bewustwording, aldus Mitchell.*

Zo kan een vrouw in een kleine groep al haar gevoelens rondom een doorstane abortus delen, anderen volgen haar voorbeeld of vullen aan met hún angsten op dat gebied, de sociaal-morele posities enzovoort, zodat een persoonlijke gebeurtenis die gedoemd was privé te blijven onderzocht wordt als een uiting van de onderdrukking die vrouwen ervaren: het persoonlijke blijkt een essentieel aspect van het politieke.*

Natuurlijk zijn er tegenstanders. Zij kwalificeren deze bewustwordingsbijeenkomsten als ‘groepstherapie’. Volgens Mitchell is de beschuldiging interessanter dan de tegenstanders bedoelen, omdat het zowel onnauwkeurigheid als vooroordelen onthult. Want waarom, in een land als de Verenigde Staten, met een middenklasse stadsbevolking die vrijwel bezeten is van de behoefte aan psychotherapie en psychiatrie, is er (a) iets mis met mensen die ‘groepstherapie’ imiteren en (b) waarom weten ze niet wat groepstherapie is?*

Bij een vrouwenbevrijdingsbewustwordingssessie (woordwaarde scrabble 😉 ) is er namelijk geen sprake van doorsnee groepstherapie, omdat simpelweg een ‘onpartijdige’ therapeut ontbreekt: alle deelnemers zijn erbij betrokken en komen aan de beurt.

*Juliet Mitchell, Women’s Estate, Pantheon Books, Londen, 1971.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment