Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 57 Ach, het is eigenlijk zo simpel

Susan Hol, Vrouwtje Mannetje, 2010-2018, Finland.

Even een invuloefening doen:

Het schilderij Noordzeestrand van Betzy Akersloot-Berg (BAB) is een kunstwerk rond het jaar 1897 (BAB dateerde haar werken meestal niet), omdat zij – als eigenaar van dit werk – en de galeries, musea en haar bewonderende publiek, de blijvende bedoeling hebben het te beschouwen-als-een-kunstwerk, dat wil zeggen als een van de schilderijen die correct worden beschouwd als behorende tot de kunsttraditie ‘zeeschilderijen’.

Als je de vorige afleveringen hebt gelezen, herken je hierin waarschijnlijk de definitie van Levinson. Ik zal hem voor het gemak nog even herhalen.

X is een kunstwerk op tijdstip t, dan en slechts dan X een object is waarvan het op tijdstip t waar is dat een of meerdere personen, die over X het toegeëigende eigendomsrecht hebben, blijvend bedoelen (of bedoeld hebben) om X te beschouwen-als-een-kunstwerk, dat wil zeggen op enige manier (of manieren) beschouwen waarop objecten eerder als kunstwerken correct (of standaard) zijn of werden beschouwd.

Dan ga ik nu dezelfde ‘invuloefening’ met Fountain doen.

Het urinoir Fountain is een kunstwerk uit 1917, omdat Elsa von Freytag-Loringhoven – als eigenaar van dit werk – de blijvende bedoeling had het te beschouwen-als-een-kunstwerk, dat wil zeggen als een van de gevonden objecten die correct worden beschouwd als behorende tot de kunsttraditie ‘gevonden/conceptuele kunst’.

Nu was er in 1917 nog niet echt een ‘kunsttraditie’ als het ging om gevonden/conceptuele kunst, maar inmiddels wel. Levinson ondervangt deze kwestie met zijn ‘tijdstip t’-formulering: een object kan op een later tijdstip dan zijn materiële ontstaansmoment een kunstwerk worden.

Een urinoir rolt net van de lopende band: geen kunstwerk. Het nieuwe urinoir wordt in gebruik genomen als toilet in een kroeg: geen kunstwerk. De kroeg vernieuwt de toiletten en dumpt het urinoir: geen kunstwerk. Elsa von Freytag-Loringhoven ziet het urinoir bij het grofvuil liggen, neemt het onder de arm, maakt het schoon, kantelt het, plaatst het op een sokkel en signeert het met R. Mutt: kunstwerk.

Ach, het is eigenlijk zo simpel. George Dickie zei het al. Het gaat (sinds Fountain) niet (meer) om het ding en de wezenlijke eigenschappen ervan (zoals bij schilderijen als de Nachtwacht nog wel het geval is), het gaat om de verwantschap van het ding met menselijke activiteit en gedachte. Het gaat niet om het urinoir, zijn vormgeving, kleur, patronen, wijze van vervaardigen en materiaal, het gaat om de kunstenaar die ermee aan de slag is gegaan en het idee had.

Geldt dat ook voor Oldenburgs gegraven en dichtgegooide gat in Central Park New York achter het Metropolitan Museum?

About the author

Susan Hol

Leave a Comment