Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 579 Hoe vormt kunst/cultuur toeschouwer en kunstenaar?

Susan Hol, Kano, 1992. Acrylverf op karton (diverse lagen met wegkrastechniek), gesigneerd, 50 x 64 cm.

Afbeelding is ook hier te vinden.

Hoe vormen de kunsten, de cultuur, de toeschouwer en de kunstenaar (zie ook aflevering 578)?

Griselda Pollock weet als kunsthistoricus heel goed hoe dat werkt. Het heeft te maken met wat Tom Wolfe vertelt over de bohemien die populair is geworden in de jaren 1920: ‘de arme, maar vrije geest, de plebejer die tot geen enkele stand wenst te behoren, die zichzelf voor altijd uit de klauwen van de hebzuchtige en schijnheilige bourgeoisie wil bevrijden, die datgene wil zijn wat de volgevreten burgers het meest vrezen, […] die de wereld bekijkt zoals zij hem niet kunnen zien, die met het hoofd in de wolken en de voeten in de goot wil leven, die altijd jong wil blijven, die – kortom, de bohemien wil zijn.’ (Zie aflevering 366.)

Voor Pollock is het helder dat er in de jaren 1980 een algemeen geaccepteerde beeld bestaat ‘dat kunst het individu uitdrukt dat het maakt’, wat betekent dat het kunstobject betekenissen draagt die de kunstenaar (bohemien/vrije geest) daarin heeft aangebracht. Het is volgens haar de reden dat veel kunstgeschiedenis en kunstkritiek monografisch is, wat betekent dat het over één onderwerp of één persoon gaat. Het bepaalt de handelingen van kunsthistorici en critici, want zij zoeken in kunstwerken naar aanwijzingen over de persoonlijkheid van de kunstenaar en vertalen die vervolgens als betekenissen die het kunstwerk draagt.*

Pollock bespreekt hier met andere woorden de kunst als expressie, ofwel de expressietheorie, die ervan uitgaat dat de kunstenaar het innerlijke gevoel in een kunstwerk zal verbeelden. De variant van de expressietheorie is volgens Pollock de reflectietheorie.*

Na enig speurwerk denk ik dat ik het niet moeilijker moet maken dan het is en dat Pollock met reflectietheorie letterlijk de bespiegelingen op het kunstwerk bedoelt: zoeken naar en nadenken over de bedoelingen van een kunstenaar in een kunstwerk en vandaaruit betekenissen formuleren.

Het bracht me even in de war, omdat de filosoof Immanuel Kant een heel betoog heeft opgebouwd over de voorwaarden van een smaakoordeel, waarbij reflectie een belangrijke rol speelt. Ik heb dat in aflevering 14 ‘een stapje terug’ genoemd (in de afleveringen 9-25 komt de theorie van Kant uitgebreid aan bod). Misschien bedoelt Pollock dat toch wel? Ze is er niet duidelijk over.

Wat ze wel helder stelt is dat de expressie/reflectietheorieën van de kunst inhoudelijk zijn bekritiseerd in de radicale cultuurtheorie die sinds 1968 is ontstaan. Daarbij ligt de nadruk op het feit dat het individu sociaal gevormd is, dat zoiets als het ‘pure persoonlijke’ onmogelijk is. Een maker van kunst is geen eiland. Zij heeft te maken met gender, ras, klasse, kunst uit het verleden (zie ook Aflevering 44 Kunstbewuste makers van kunst), en ideologieën.*

Ook de geheimzinnigheid van particulier gevormde codes en conventies moet stoppen.*

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment