Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 580 Wat maakt een kunstwerk feministisch?

Ulrike Rosenbach, Art is a Criminal Action, 1969.

Deze foto is er in vele versies. Het origineel (zie site Ulrike Rosenbach) is een fotomontage gebaseerd op Warhols ‘Double Elvis’ uit 1963 (zij vroeg en kreeg daarvoor toestemming van Warhol). Gevonden op Priska Pasquer.

Kunst moet opereren binnen cultureel gedeelde codes en conventies om sociaal als kunst erkend te worden, dus het moet afgelopen zijn met die private manieren van doen, schrijft Griselda Pollock (zie aflevering 579).*

Bovendien moet erkend worden dat betekenissen ontstaan tijdens het dynamische moment dat het publiek het kunstwerk tot zich neemt, het moment van kijken en lezen.* Het is met andere woorden niet slechts een ‘karweitje’ van enkele ingewijden om betekenissen toe te schrijven aan een kunstwerk (zie ook aflevering 579).

De plaats van het kunstwerk in het geheel van andere kunstwerken bepaalt ook haar betekenis, in hoeverre het met die andere kunstwerken vergelijkbaar is of ervan afwijkt. De tegenstelling is aldus: de burgerlijke mythe van particuliere, persoonlijke en expressieve creativiteit, tegenover het sociale en productieve karakter van de artistieke praktijk waarin kunstwerken functioneren als onderdeel van een sociale uitwisseling tussen makers, kijkers, commentatoren, verzamelaars, kopers, enzovoort.*

Kunstwerken zijn teksten, vervolgt Pollock.* Ze verwijst hiermee terug naar de ‘symbolische orde’, naar ‘tekens’ die in de omgeving van andere ‘tekens’ betekenis krijgen (zie aflevering 578). Waarbij het natuurlijk vooral gaat om de patriarchale, dus onderdrukkende tekens (taal).

Wil je als toeschouwer een kunstwerk kunnen lezen, dan moet je kennis hebben van deze tekens/betekenissen. Het vormt het proces van kijken/lezen. Belangrijk daarbij is de institutionele ruimte (galerie, bibliotheek, museum) waarin het kijken/lezen plaatsvindt. Kennis en ruimte vormen samen de basis waarbij het mogelijk is om een bepaalde gestalte te geven aan betekenis.*

Wat nu bijvoorbeeld een kunstwerk feministisch maakt, aldus Pollock, is de manier waarop het ingrijpt in de zogenoemde sociale relaties van artistieke productie en ontvangst, de sociale relaties van betekenis. Deze redeneertrant brengt Annette Kuhn in haar onderzoek van feminisme en cinema in 1982 tot het volgende, aldus Pollock:

Is het feminisme van een werk daar vanwege de hoedanigheden van de auteur (culturele interventies door vrouwen), vanwege bepaalde hoedanigheden van het werk zelf (feministische culturele interventies), of vanwege de manier waarop het wordt ‘gelezen’?*

‘Culturele interventies’ kan dan volgens Pollock begrepen worden als iets dat zorgt voor een groter aantal vrouwen in de culturele wereld. Dit is zeker een feministisch project wat aangemoedigd wordt door de vrouwenbeweging, maar dat is niet het hoofddoel. Belangrijker is dat vrouwen hun geheel eigen stem laten horen, alleen kun je niet simpelweg de subjectiviteiten (zelfexpressie) van mannen vervangen door die van vrouwen. Het feit alleen dat vrouwen kunst maken betekent nog niet dat er sprake is van feminisme. Essentieel aan het feminisme is het effect dat het bewerkstelligt.*

Welk effect dan precies en hoe komt dat tot stand?

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment