Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 582 De tekstuele artistieke praktijk bemoeit zich met kunstinstituties en aloude verhandelingen

Foto: Susan Hol, 2019, van eigen exemplaar catalogus feministische kunst internationaal, p.75. Angelika Kaufmann, Stopfen & Flicken (Stoppen & Verstellen) IV – Erinnerungen an Meine drei handarbeitslehrerinnen, 1977, papier, genaaid, 50 x 65 cm.

Bij het kunstwerk Rape van Margaret Harrison draait het om twee strategieën (zie aflevering 581, ook voor de afbeelding).

De eerste strategie is dat de kunstenaar een relatie legt tussen gewoonlijk gescheiden gebieden. Het is iets dat nog niet eerder is vertoond. Het is een verrassende combinatie tussen de zogenoemde ‘hoge’ cultuur, reclame en verslagen die van het gerecht komen. De kunstenaar laat zo zien welke de gebruikelijke wijzen van het weergeven van vrouwen (sappig, aanlokkelijk, beschikbaar porno-object) in omloop zijn en worden ondersteund door deze verschillende vormen van betekenis. Ze combineert zo kunst en reclame met het dagelijkse sociale leven en de politiek.*

De tweede strategie is het mediumgebruik. Harrison gebruikt het schilderambacht en haar tradities – de beeldende kunsten – als het middel om de boodschappen van advertenties en krantenberichten, die wij als vanzelfsprekend beschouwen, ongewoner te maken. Schilderen heeft als code dat het niet gaat over het echte leven, het is gecodeerd als kunst. Door het in te zetten in haar aanpak van de kwestie verkrachting, plaatst ze onverwachte materialen effectief in een nieuwe stijl. Hierdoor produceert ze een andere, feministische lezing. De betekenissen van Rape hangen dus niet af van de intenties van Harrison, zoals bij haar tekeningen in 1971 wel het geval was (zie aflevering 581).*

De betekenissen van Rape vloeien voort uit de mate waarin deze presentatie zich onderscheidt van de mythologieën die – van ‘hoge’ kunst tot aan de rioolpers – de verschrikkingen verhullen van mannen die dagelijks geweld uitoefenen op vrouwen en kinderen.*

In Aflevering 580 Wat maakt een kunstwerk feministisch? staat de uitspraak van Pollock ‘Kunstwerken zijn teksten’. Op dat moment dacht ik dat zij dat overdrachtelijk bedoelde, dat een kunstwerk op een bepaalde manier tot de toeschouwer ‘spreekt’, zoals de Guernica van Picasso ‘de verschrikkingen van oorlog’ zegt, evenals het schilderij Darfurnica, van de Deense kunstenaar Nadia Plesner, dat is gebaseerd op de Guernica.

Maar Pollock heeft het over letterlijk gebruik van teksten in kunstwerken. Er is een zogenoemde ‘tekstuele praktijk’ die zich bemoeit met kunstinstituties en de aloude verhandelingen (discourses) over kunst. Deze tekstuele praktijk laat een radicaal ander begrip zien van de politieke kunstpraktijk. Het vernietigt de claims dat de bestaande cultuur de realiteit weerspiegelt.*

Pollock verwijst hierbij naar het essay van Judith Barry en Sandy Flitterman: Textual strategies: the politics of art making, dat besproken is in de afleveringen 500-528. De tekstuele artistieke praktijk plaatst volgens Barry en Flitterman vrouwen op een cruciale plaats in het patriarchaat, zodat kunstenaars kunnen inspelen op de tegenstellingen binnen dat patriarchaat. De tekstuele praktijk maakt gebruik van bestaande sociale tegenstellingen en de kunstenaars doorkruisen andere sociale praktijken, waarbij op de voorgrond staat hoe vrouwen worden gezien, hun representatie.*

En jawel, natuurlijk, dan komt Mary Kelly weer om de hoek kijken, met haar Post-Partum Document (1975-1978). Misschien is aflevering 522 het meest volledig passend bij deze verwijzing van Pollock. 

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment