Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 594 Traditie ≠ een objectieve zienswijze

Susan Hol, Mijn oude liefde, 2012. Zandvoort aan zee.

Is de ‘traditie’ van de modernistische kritiek en kunstgeschiedenis in de twintigste-eeuwse cultuur in het Westen een objectieve zienswijze? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Griselda Pollock haalt Raymond Williams (1921-1988) aan, een auteur, academicus, cultuurtheoreticus, literair criticus, intellectueel publiek, socialist en een leidende figuur van Nieuw Links. Hij heeft beweerd dat ‘traditie’ niet moet worden opgevat als alleen maar dat wat is overgebleven uit het verleden, wat waard werd gevonden om vast te leggen en te respecteren, omdat de waarde ervan in de loop van de tijd is bewezen.*

Het lijkt voor ons inmiddels een open deur, maar in Pollocks tijd was het een eyeopener om erachter te komen dat de zogenaamde ‘traditie’ in feite altijd een opzettelijke selectieve versie is. Het verleden wordt naar eigen voorkeur en inzicht vervormd en aan de hand daarvan wordt een heden gevormd. Dit werkt krachtig in op het proces van sociale en culturele definities en identificaties. Deze voorgevormde selectieve ‘traditie’ wordt een krachtige macht bij de belangenbehartiging van de dominante klasse, ras of geslacht. In feite is traditie de duidelijkste uitdrukking van de dominante en leidende dwang en beperkingen.*

Het feministische protest tegen het modernisme is daarom niet simpelweg een kwestie van het formalismevervangen door pluralisme (zie ook aflevering 591), van abstractie en (schijnbare) neutraliteit vervangen door kritische betrokkenheid, en van zuivere schilderkunst vervangen door fotografievideo of scripto-visual (het samengaan van beeld en tekst) kunstvormen.*

Het feminisme heeft geleid tot een politieke beoordeling van de relaties tussen een reeks potentiële praktijken en de plekken waar zij zich kunnen laten gelden, binnen het gebied waar officiële en opkomende culturele strategieën elkaar bestrijden. De feministische praktijken worden in toenemende mate opgenomen in de debatten over postmodernisme, ofwel zij maken deel uit van de radicaal andere en veelzijdige cultuur die het modernisme aan het vervangen is.*

Het blijft nog wel even opletten en het is nog niet zover om al te juichen, aldus Pollock, want het is niet duidelijk of de modernistische productie- en consumptiestructuren ook radicaal aan het veranderen zijn. In ieder geval is de formatie van feministische praktijken begin jaren 1970 duidelijk een radicale reactie tegen het modernisme en haar ideeën over artistieke productie. In dat opzicht zijn er overeenkomsten met andere culturele groepen.*

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment