Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 598 Groep wil zichzelf geen naam geven

Wassily Kandinsky, Komposition VI, 1913, olieverf op doek, 195 x 300 cm, Hermitage, St. Petersburg.

Foto gevonden bij france culture, het bijschrift komt uit de catalogus (in mijn bezit) bij de tentoonstelling Kandinsky, de grote doorbraak rond 1913 die is gehouden van oktober 1998 tot februari 1999.

Griselda Pollock bespreekt het artikel Re-viewing Modernist Criticism van Mary Kelly, wat tot nog toe gaat over de ondergang van het modernisme (zie aflevering 597).

Kelly blijkt in haar artikel aandacht te besteden aan ‘het gebaar’, ofwel in het Engels ‘gesture’ en blijkbaar bedoelt ze simpelweg het zogenoemde ‘gesture painting’. Ze noemt daarbij ook als voorbeeld het abstract expressionisme, of Griselda Pollock doet dat, dat is me niet geheel duidelijk.

Ik denk dat het tijd is om wat dieper op het modernisme/abstract expressionisme in te gaan, en dan iets minder gekleurd dan de feministische invalshoek van Kelly en Pollock. Mijn voorkeur gaat daarbij uit naar het boek van Renée van de Vall Een subliem gevoel van plaats. Een filosofische interpretatie van het werk van Barnett Newman (Historische Uitgeverij, 1994). Ik ken Renée van de NGE, ons Nederlands Genootschap Esthetica, en weet dat zij iemand is die zeer zorgvuldig te werk gaat. In ieder geval heeft zij een iets neutralere en vooral filosofische invalshoek dan Mary Kelly en Griselda Pollock.

De meest gangbare benamingen voor de groep kunstenaars die in de jaren vijftig op de voorgrond verschijnt, zo schrijft Van de Vall, zijn ‘abstract expressionisme’ en ‘New York School’. Maar deze groep was niet echt een groep, laat ze weten. De groep wilde zichzelf ook geen naam geven, omdat het dan lijkt alsof er een programma is met gemeenschappelijke doelen en middelen. Daarvan was geen sprake, aldus Van de Vall. Sommige kunstenaars woonden niet eens in New York, velen bleven figuratieve elementen in hun werk gebruiken en niet al het werk kon je abstract-expressionistisch noemen, schrijft ze. (1994, p.45)

Van de Vall levert hier een belangrijke nuance ten opzichte van de feministische artikelen die ik tot nog toe gezien heb. In die geschriften verdwijnen de individuele kunstenaars met hun onderlinge verschillen. Voor feministen is het belangrijk een bastion aan mannelijke dominantie te laten zien, waarbij geen plaats is voor nuance.

In een voetnoot vertelt Van de Vall dat de term ‘abstract-expressionisme’ in 1929 voor het eerst werd gebruikt door Alfred Barr voor de vroege improvisaties van Kandinsky. In 1949 past Robert Coates de term toe op een aantal New Yorkse schilders. De term wordt populair tijdens een reeks paneldiscussies op ‘de Club’ in 1952. Ze verwijst daarbij naar het boek Triumph of American Painting, A History of Abstract Expressionism van Irving Sandler. (1994, p.45)

Toevallig kwam dat boek ook ter sprake in aflevering 597. Nou ja, toevallig … het gaat allemaal over dezelfde periode, een periode die Tom Wolfe (1930-2018), Amerikaans auteur en journalist, uitgebreid op de hak heeft genomen in zijn The painted Word (1981). Hij schrijft daarin over ‘de Club’ met bijeenkomsten ‘van de hele New Yorkse kunstscene’ met kunstenaars, kunsthandelaren, verzamelaars, museumdirecteuren, critici en andere mensen uit de kunstenaarselite die de kans krijgen binnen te komen. (Zie aflevering 372.)

Hoewel je dus niet over de abstract expressionisten kunt spreken, weten de meeste mensen wel ongeveer wie er bedoeld worden, geeft Van de Vall aan. Bovendien kennen en spreken deze kunstenaars elkaar, ze discussiëren en delen artistieke problemen. (1994, p.45-46)

*Uit: Griselda Pollock, II Feminism and Modernism. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.79-119.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment