Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 608 Sensueel en liefdevol

Boven: Sylvia Sleigh (1916–2010), Venus and Mars: Maureen Conner and Paul Rosano, 1974, oil on canvas, 69.2 × 173.7 cm, Milwaukee Art Museum, Gift of the Artist and Dr and Mrs James Stadler (M1990.137). © Courtesy of the Estate of Sylvia Sleigh and Andrew Hottle.
Onder: Sandro Botticelli (1445-1510), Venus and Mars, 1483, Tempera sur bois, 69 × 173 cm, National Gallery

Schilderij Sylvia Sleigh gevonden bij UCL Press; Schilderij Sandro Botticelli gevonden bij wikip.fr.

De surrealistische kunstenaar Léonor Fini (1907-1996) kun je zien als de schilder van mannelijk naakt avant la lettre volgens Lisa Tickner. Er is in die tijd geen enkele traditie op dat gebied (zie aflevering 607).

Het schijnt dat Fini voorstander was van een wereld met weinig of geen sekseverschil, maar volgens Tickner is haar kijk op de vrouw toch behoudend, omdat de vrouwelijkheid die ze verheerlijkt in haar schilderijen in feite een archetypisch beeld is van de romantische beweging uit haar tijd. Fini accepteert de traditionele patriarchale definitie van de vrouw als degene die de ‘ander’ is, ze betwijfelt die betekenis niet.*

De kunstenaar Sylvia Sleigh (1916-2010; zie ook de afleveringen 218 en 249-252) pakt dat anders aan. Ze schildert zeker ook vrouwen en groepsportretten, maar haar bekendste kunstwerken zijn toch wel haar schilderijen van mannelijke naakten. Veel van die schilderijen zijn gebaseerd op beroemde voorbeelden van vrouwelijke naakten die ze herinterpreteert. Het mannelijk naakt krijgt dan de plaats die het vrouwelijk naakt had, of ze speelt op een andere manier met de traditionele rollen.*

Tickner noemt als voorbeelden Sandro Botticelli’s Venus and Mars (October) (zie afbeelding bij deze aflevering), Jean-Auguste-Dominique Ingres’ Turkisch Bath en Diego Velázquez’ Rokeby Venus (Philip Golub Reclining). De traditionele verwijzingen leveren een zekere mate van verbinding met het verleden op, aldus Tickner.*

Sleigh is dus, in de terminologie van – daar-is-ie-weer – de filosoof Jerrold Levinson, een ‘kunstbewuste maker van kunst’ (zie afleveringen 41, 44-57 voor zijn historische definitie van kunst).

Tegelijkertijd leveren de traditionele verwijzingen een geestige en uiteindelijk ondermijnende reminder op aan de mate waarin de waarden van die traditie niet overdraagbaar zijn, en aan de wijzigingen die ze heeft aangebracht, schrijft Tickner. Een belangrijk onderscheid is dat ze het portretgenre combineert met het naakt, en dat de modellen daarom sterk geïndividualiseerde mannelijke vrienden zijn in plaats van anonieme vrouwen.*

Het schilderij Philip Golub Reclining (1971) toont een dromerige jongeman in een typisch ‘vrouwelijke’ achteroverleunende pose op een met satijn gedrapeerde sofa. Achter hem is een spiegel waarin de kunstenaar te zien is: een kleine maar levendige, energieke figuur van onbepaalde leeftijd, wat contrasteert met de ontspannen en uitdrukkingsloze jeugdige passiviteit van het mannelijke model.*

Over het algemeen houden vrouwen van de schilderijen van Sleigh, aldus Tickner. Ze vinden ze sensueel en liefdevol, en ze waarderen de manier waarop de kunstenaar erin slaagt de mannen zachter te maken zonder hun – in ieder geval potentiële – potentie teniet te doen (Tickner citeert hier Linda Nochlin, wat ik ook deed in aflevering 250).*

*Uit: Lisa Tickner, The body politic: female sexuality and women artists since 1970. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.263-276.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment