Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 614 Een politiek en echt geen regelrecht erotisch gebaar

Hannah Wilke, S.O.S. Starification Object Series, 1974.

Foto gevonden bij Artsy.

Lisa Tickner heeft de kunstwerken van vrouwen in een aantal categorieën ingedeeld en de eerste categorie is De man als motief (zie aflevering 607-613). ‘Vaginale iconologie’ is de tweede categorie, categorie drie en vier zijn respectievelijk Transformaties en processen, en Parodie.

Mijn eerste vraag is:

Waarom staat ‘Vaginale iconologie’ tussen aanhalingstekens?

Een paar alinea’s verder in Tickners artikel blijkt het antwoord te staan. Ze noemt daar Barbara Rose en omdat het notenapparaat ontbreekt moet ik mijn heil op internet zoeken. Daar vind ik dat zij in 1974 een artikel heeft geschreven getiteld, jawel, Vaginal Iconology. Dus de aanhalingstekens die Tickner gebruikt dienen om aan te geven dat het hier om een citaat gaat.

Nu rijst de tweede vraag: Wat is dat, vaginale iconologie? En, wat schrijft Rose daarover?

Gelukkig ben ik sinds enige tijd in het bezit van het boek Radical Eroticism: Women, Art, and Sex in the 1960s, van Rachel Middleman (2018), want ik vermoed dat daar vast iets zal staan over Rose en haar artikel.

Mijn vermoeden klopt. Middleman schrijft: ‘In haar artikel “Vaginal Iconology” gepubliceerd in New York magazine in februari 1974, beweert kunstcriticus Barbara Rose: “Hoewel er veel categorieën zijn van erotische kunst van vrouwen, zijn de meest nieuwe die die vagina’s verheerlijken.” Ook al verwijst Rose in deze passage naar “erotische kunst van vrouwen”’, aldus Middleman, ‘ze maakt gedurende de tekst duidelijk dat het bij de vaginale beelden niet gaat om seksuele verlangens of seksueel plezier’. (2018, p.117)

Vervolgens komt Middleman met nog een citaat, namelijk dat Rose schrijft: ‘dat veel van de feministische kunst die als “erotisch” is gelabeld, omdat het genitale beelden toont of daarnaar verwijst, dat helemaal niet is. Het is bedoeld om vrouwen te prikkelen, maar niet seksueel … Wat aan de orde is in de vaginale iconologie, is een openlijke aanval op het freudiaanse dogma van penisnijd.’ (2018, p.117)

Het is allemaal zooo jaren 1970 😉

Tickner bijvoorbeeld opent haar categorie ‘Vaginale iconologie’ met een citaat van Germaine Greer (het was even zoeken, maar het komt uit The Female Eunuch, uit 1970). Het gaat over het mysterieuze gedoe bij vrouwelijke geslachtsorganen, dat meisjes de technische kant van het verhaal te horen krijgen (als ze geluk hebben) maar niets over genotsorganen: ‘Het kleine meisje wordt niet aangemoedigd haar eigen genitaliën te onderzoeken of om de weefsels te leren kennen waaruit ze zijn samengesteld, of om het mechanisme van vochtig worden en erectie te begrijpen. Het hele idee is onsmakelijk.’*

Waarmee Tickner maar wil zeggen dat de acceptatie en het opnemen van de vrouwelijke geslachtsorganen in de kunst eerder een politiek dan een regelrecht erotisch gebaar is. 

*Uit: Lisa Tickner, The body politic: female sexuality and women artists since 1970. In: Framing Feminism, Art and the Women’s Movement 1970-85. Eds. Roszika Parker en Griselda Pollock, Pandora Press, Londen, 1987, pp.263-276.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment