Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 626 Fors, gedurfd van opzet en uitmuntend geschilderd

Schilder Sina Mesdag-van Houten (1834-1909) in haar atelier, gefotografeerd door Sigmund Löw in 1903. Haar werk werd als ‘mannelijk’ aangeprezen.

Foto van de kunstenaar gevonden op wikimedia.

De traditionele kunstkritiek ziet in kunstwerken vaak ‘typisch vrouwelijke’ elementen, schrijft Cora Hollema in Talent is niet genoeg (SUN, 1982). Deze kunstkritiek gaat hiermee uit van een ‘ahistorische vrouwelijkheid en een niet-bestaand oertype vrouw’, aldus Hollema, en dat is precies hetzelfde als de Amerikaanse feministen die een typisch vrouwelijke beeldtaal in kunstwerken meenden te ontdekken. (1982, p.11, zie ook aflevering 625)

Het uitgangspunt van Hollema is haar overtuiging dat de sociale positie doorslaggevend is voor de manier waarop vrouwen zich in kunst uiten en dus niet iets ‘tijdloos vrouwelijks’. De maatschappelijke verhoudingen, de arbeidsdeling tussen mannen en vrouwen is een historisch proces, wat betekent dat je hierin verandering kunt brengen. (1982, p.11-12)

Als ik het goed begrijp geeft Hollema hier meteen ook een belangrijk verschil aan tussen een statisch gegeven, het tijdloos vrouwelijke, ofwel: ‘zo zijn vrouwen nu eenmaal’, en iets dat de belofte van beweging in zich heeft: sociale relaties/posities die kunnen veranderen. 

Hollema duikt in haar artikel in de oorzaken van de verschillen in beeldtaal van mannen en vrouwen. Ze richt zich op de tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw in Nederland. In de kunstkritieken in Nederland betekent ‘vrouwelijk’ vaak: bescheiden, teer, verdroomd, afwachtend, teruggetrokken, gevoelig voor details, verfijnd, wat bovendien bijna altijd gepaard gaat met een negatief waardeoordeel. Daarentegen betekent ‘mannelijk’ meestal: grote afmetingen, fors en gedurfd van opzet, krachtig, beheersing van techniek. (1982, p.12)

Een compliment aan het werk van een kunstenaar (v) luidt dan als volgt: ‘Het kon in zijn krachtige opzet door een man gedaan zijn’, of ‘Haar stillevens, soms van zeer grote afmetingen, zijn fors en gedurfd van opzet en uitmuntend geschilderd’, het zijn ‘krachtige werken’. De vrouwelijke collega’s van deze kunstenaar met ‘mannelijk’ werk krijgen een sneer. Hun werk zinkt in het niet, zij maken ‘bescheiden bij uitstek vrouwelijk doekjes’. (Hollema, 1982, p.12)

Het feit dat de kunstkritiek verschillen signaleert is volgens Hollema terecht, omdat de Nederlandse kunstenaars (v) zich in die tijd vaak beperken tot ‘stillevens met fruitschalen en bloemvazen’ van ‘een matige kwaliteit en een klein formaat’. (1982, p.12)

Maar wat was nu de oorzaak van de verschillen tussen het werk van mannen en vrouwen?

About the author

Susan Hol

2 Berichten

  • leuk Susan Hol dat mijn artikel uit 1982 aangehaald wordt ! Long time ago…Betzy Akersloot-Berg die in dit artikel als case-study wordt opgevoerd is anno 2020 weer ‘hot’. Er is een expo over haar in Noorwegen geweest (2019) in Tromsoe die volgend jaar naar Vlieland, Museum het Trompshuys komt (Betzy Berg’s woonhuis).

    • Hee, leuk dat je reageert! Ja, de kunst van die vrouwen uit het verleden wordt steeds meer op waarde geschat. Een deel van wat in jouw artikel aan bod komt ben ik eerder tegengekomen en heb ik besproken in eerdere blogs, maar jouw stuk gaat heel helder in op de positie van vrouwen, hoe zij het hebben ervaren en het belang van de maatschappelijke omstandigheden. Dat moet straks ook in mijn proefschrift terechtkomen. De expo in Vlieland ga ik in de gaten houden!

Leave a Comment