Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 629 Edelmoedige liefdesdaad en onverzettelijk vaststaan

Maria Philippina van Bosse (1837-1900)

Foto gevonden bij wikip.

‘Eenmaal voor de ezel zag zij alleen haar werk en wist van geen tijd.’ Dit korte zinnetje over kunstenaar Jo Bauer-Stumpff (1873-1964, zie ook aflevering 628) laat zien dat zij met hart en ziel schilderde. Prachtig toch? Maar daarvoor is geen plaats in het leven van een vrouw, ze mag dat niet, ze kan dat niet, want zij moet als ‘echtgenote van’ eindeloos veel taken vervullen. Voor Jo Bauer-Stumpff betekende dat: het schilderen volledig uit haar leven bannen en haar werk vernietigen.

Sina Mesdag-van Houten (1831-1915) voelt die noodzaak niet, maar schippert wel voortdurend ‘tussen haar werk, het schilderen en haar plichten als huis- en gastvrouw’, schrijft Cora Hollema. Meneer Mesdag stelt zijn werk wél op de eerste plaats en komt daarmee weg. Waar hij zijn toevlucht zoekt in het atelier als er bezoekers zijn, moet zij haar werk in de steek laten voor de gasten. En dan zijn er natuurlijk nog de huiselijke plichten. Dit alles deed zij zonder morren. (1982, p.14)

Als derde getrouwde kunstenaar noemt Hollema Maria Philippina Bilders-van Bosse, ofwel Marie Bilders-van Bosse (1837-1900). Zij ‘klaagde kennelijk ook nooit over het feit dat zij niet urenlang ononderbroken gekoncentreerd kon werken’, aldus Hollema en citeert uit een artikel van Augusta de Wit (De Gids, 1900, p.497) over deze kunstenaar:

Haar dagtaak was niet licht. Een pleegzuster, een bedrijvige huisvrouw, eene kunstenares hadden ieder haar deel ervan kunnen nemen en niet klagen over ledige tijd: maar zij deed dit alles af met de vrolijkste gratie, en alsof zij ermee speelde. (…) En door de, men mag wel zeggen mathematische precisie, waarmee zij de uren van de dag berekend over haar plichten verdeelde, won zij tijd voor alles en hield nog over om onbezorgd te lijken. Dadelijk na den ontbijt en het voor de dag in gang brengen der huishoudelijke machine haastte zij zich naar haar schildersezel. (1982, p.14)

Daarnaast is Marie Bilders-van Bosse ook nog zo aardig om ‘het zelfbeeld van haar zieke man, de kunstschilder Bilders, in stand te houden’, aldus Hollema. Hij kan bijna niet meer schilderen, maar zijn atelier blijft voor hem ingericht, terwijl zij in een tochtige schuur werkt. Uit het artikel van De Wit:

Er was een atelier op Rozenhage, een ruim koel vertrek op het Noorden, met vensters uitziende op de tuin, maar dat had zij voor Bilders ingericht; zij wilde van geen verandering horen al die jaren, dat de al zwakker wordende geen penseel meer aanraakte. Al dien tijd hield zij het vrome bedrog vol, dat den vermoeide en afgeleefde zichzelven nog als krachtig-arbeidende kunstenaar voorhield, en den toverachtige achtergrond vormde waartegen zijn dromen afschitterden als voltooide schilderijen. (1982, p.14-15)

De kunstenaar zelf, Marie Bilders-van Bosse, vond dit nodig. De oude tochtige schuur, ‘donker als een kelder’, richt ze in met ‘een karpet hier en een gordijn daar’ en vrolijkt de boel op met haar eigen kleurige schilderijen. Het is volgens De Wit een ‘edelmoedige liefdesdaad aan haar man’, maar ook een ‘onverzettelijk vaststaan in haar kunstenaarsplicht’. (1982, p.15)

Het is, met andere woorden, de aloude spagaat van de vele vrouwen die meer willen dan huisvrouw en moeder zijn.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment