Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 641 Omdat vrouwen ≠ grootsheid?

Suze Robertson, Vrouwtje aan het spinnenwiel, 1886–1889, olieverf op doek

Foto gevonden bij wikimedia, schilderij in de collectie van Museum Helmond.

De eenvoudige vraag ‘Waarom zijn er geen grote vrouwelijke kunstenaars geweest?’ kan, mits voldoende beantwoord, een soort kettingreactie veroorzaken, schrijft Linda Nochlin (zie aflevering 640). Ze wil daarmee zeggen dat de vraag zich als een olievlek kan uitspreiden van dat ene wetenschapsgebied (kunstgeschiedenis bedoelt ze denk ik) en haar geaccepteerde veronderstellingen, naar gebieden als geschiedenis, sociale wetenschappen, psychologie en literatuur.*

De vraag kan daardoor de aanname betwisten dat traditionele gebieden van intellectueel onderzoek – de plek van de handige of zelfgemaakte vragen – nog steeds bruikbaar zijn voor een zinvolle behandeling van actuele vragen. Wat brengt bijvoorbeeld die eeuwige vraag met zich mee, de vraag: ‘Nou, als vrouwen echt gelijk zijn aan mannen, waarom zijn er dan nooit grote vrouwelijke kunstenaars geweest (of componisten, wiskundigen, filosofen of wat de spreker dan ook maar aan menselijke activiteit kan bedenken)?’*

‘Waarom zijn er geen grote vrouwelijke kunstenaars geweest?’ De vraag klinkt verwijtend op de achtergrond van de meeste discussies over het zogenaamde vrouwenprobleem, aldus Nochlin. Maar net als zoveel andere zogenaamde vragen die betrokken zijn bij de feministische ‘strubbeling’, vervalst het de aard van de kwestie en biedt het tegelijkertijd op verraderlijke wijze zijn eigen antwoord: ‘Er zijn geen grote vrouwelijke kunstenaars omdat vrouwen niet in staat zijn tot grootsheid’.*

Het soort vooronderstellingen achter zo’n vraag en de subtiliteit ervan varieert. Sommige komen met ‘wetenschappelijk bewezen’ betogen over het onvermogen van mensen met baarmoeders om iets belangrijks te creëren, in tegenstelling tot mensen met penissen. Anderen spreiden een relatief ruimdenkende verwondering ten toon dat vrouwen, ondanks zoveel jaren van bijna-gelijkheid – en veel mannen hebben het immers ook niet gemakkelijk gehad – in de beeldende kunst nog steeds niets van uitzonderlijke betekenis hebben bereikt. En dan zijn er nog velen die van alles beweren wat binnen die twee uitersten valt.*

De eerste reactie van de feminist is om met beide benen in de valkuil te springen en verwoed bewijzen aan te dragen van vrouwen in de geschiedenis die wel degelijk beroemd of onvoldoende gewaardeerd waren.*

Nochlin, L. (1971). ‘Why Have There Been No Great Women Artists?’ In Women, Art, and Power and Other Essays, pp. 145-178. New York: Harper & Row.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment