Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 642 Een ánder soort grootheid voor vrouwen?

Artemisia Gentileschi, Self-Portrait as the Allegory of Painting, ca. 1639, oil on canvas, 96.5 × 73.7 cm.

Afbeelding gevonden bij artsy.net, zie ook mijn blog De lange, lange weg van meesterschilder Artemisia Gentileschi.

Man: ‘Waarom zijn er geen grote vrouwelijke kunstenaars geweest?’ Feminist: ‘Wel!’

Dit is een korte samenvatting van de in aflevering 641 besproken eerste reactie op die eeuwige vraag naar grote vrouwelijke kunstenaars.

Nochlin maakt tamelijk korte metten met die feminist. Ze schildert haar reactie af als een pleidooi over de herwaardering van middelmatige, tamelijk oninteressante kunstenaars, de herontdekking van vergeten schilders van bloemstukken, dat Berthe Morisot echt minder afhankelijk was van Manet dan men had gedacht – kortom, dat deze feminist hetzelfde doet als de gespecialiseerde wetenschapper die pleit voor het belang van zijn eigen verwaarloosde of niet zo belangrijke meester.*

Pogingen om vergeten kunstenaars voor het voetlicht te halen zijn volgens Nochlin zeker de moeite waard (ze noemt onder andere onderzoeken naar de kunstenaars Angelica Kauffmann en Artemisia Gentileschi). Het voegt kennis toe over wat vrouwen hebben bereikt en over de kunstgeschiedenis als geheel.*

Maar achter die vraag ‘Waarom zijn er geen grote vrouwelijke kunstenaars geweest?’ liggen aannames. Door een poging te doen de vraag te beantwoorden, bijvoorbeeld met ‘Heus wel, zie maar …’, ga je voorbij aan die aannames. In feite, aldus Nochlin, versterk je de negatieve lading van de vraag, terwijl je juist dat moet betwijfelen.*

Nochlin noemt nog een ander soort poging om de vraag te beantwoorden, namelijk de bewering dat er een ander soort ‘grootheid’ geldt voor kunst van vrouwen dan voor kunst van mannen. Probleem daarbij is dat je dan uitgaat van het bestaan van een onderscheiden en herkenbare vrouwelijke stijl, zowel in formele als expressieve kwaliteiten, en dat dit is gebaseerd op het specifieke karakter van de situatie en ervaringen van vrouwen.*

Dit lijkt redelijk, want de ervaringen en sociale situatie van vrouwen, dus inclusief de kunstenaars, zijn anders dan bij mannen. En zeker, een groep kunst producerende, bewust verenigde en zich doelbewust uitdrukkende vrouwen, die een groepsbewustzijn van vrouwelijke ervaring willen voortbrengen, kan inderdaad stilistisch waarneembaar zijn als feministische, zo niet vrouwelijke, kunst. Maar helaas blijft dit in het rijk van de mogelijkheden, want tot dusver heeft dit niet plaatsgevonden.*

Kijk, bij schilders rondom CaravaggioGauguin, of de kubisten, kun je bepaalde herkenbare stilistische en expressieve kwaliteiten ontwaren. Kun je op dezelfde manier de stijlen van vrouwelijke kunstenaars – of vrouwelijke schrijvers – met elkaar verbinden rondom zoiets als ‘vrouwelijkheid’?*

*Nochlin, L. (1971). ‘Why Have There Been No Great Women Artists?’ In Women, Art, and Power and Other Essays, pp. 145-178. New York: Harper & Row.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment