Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 645 Interessant, zeer goed, maar buitengewoon?

Angelica Kauffmann (1741-1807), Zelfportret, 1770-1775, olieverf op doek, 73.7 x 61 cm, National Portrait Gallery, Londen.

Foto gevonden bij ArtSalonHolland.

En dan schrijft Linda Nochlin iets teleurstellends: ‘Feit is dat er, voor zover we weten, geen buitengewoon grote vrouwelijke kunstenaars zijn geweest, hoewel er veel interessante en zeer goede zijn die onvoldoende onderzocht of gewaardeerd worden; noch waren er grote Litouwse jazzpianisten, noch Eskimo-tennissers, hoezeer we dat ook zouden wensen.*

Je verwacht het niet.

Nochlin heeft grote kunstenaars (v) genoemd en ze naast de mannen gezet (aflevering 643), ze heeft de verkeerde opvattingen over kunst onder de loep genomen (aflevering 644) en nu schrijft ze dat, helaas pindakaas, er geen buitengewoon grote vrouwelijke kunstenaars zijn geweest.

Ze vindt het zelf ook jammer, maar volgens haar is er niets aan te doen. De situatie zal niet veranderen, hoeveel je ook goochelt met bewijzen uit de historie of de kritieken. Het zal ook niet helpen om seksisten te beschuldigingen van vertekening van de geschiedenis. Er zijn simpelweg geen vrouwelijke – noch zwarte Amerikaanse – evenknieën van Michelangelo of Rembrandt, Delacroix of Cézanne, Picasso of Matisse, schrijft ze, ook niet in de modernere tijd van de Kooning of Warhol.*

Als er echt grote aantallen ‘verborgen’ grote vrouwelijke kunstenaars waren, of als er echt andere normen voor kunst van vrouwen zouden moeten zijn dan voor mannen – en je kunt niet beide hebben – waar vechten feministen dan voor? Als vrouwen in feite dezelfde status hebben bereikt als mannen in de kunsten, dan is de status quo prima.*

Nochlin weet natuurlijk zelf ook wel dat in werkelijkheid in de kunsten (en honderden andere gebieden, voegt ze eraan toe) de vernedering, onderdrukking en ontmoediging wacht voor vrouwen en vele anderen die niet het geluk hebben wit, middenklasse en vooral mannelijk te zijn. ‘De fout ligt niet in onze sterren, onze hormonen, onze menstruatiecycli of onze lege innerlijke ruimten’, schrijft ze, ‘maar in onze instellingen en ons onderwijs.’ Waarbij ze onder onderwijs verstaat: alles wat je overkomt vanaf het moment dat je de wereld van betekenisvolle symbolen, tekens en gebaren binnengaat.*

Het wonder is in feite, gelet op het overweldigende gebrek aan kansen voor vrouwen, of zwarte mensen, aldus Nochlin, dat zovelen erin geslaagd zijn zo veel uitmuntende prestaties te neer te zetten, in die voorportalen van het witte mannelijke voorrecht zoals wetenschap, politiek of kunst.

*Nochlin, L. (1971). ‘Why Have There Been No Great Women Artists?’ In Women, Art, and Power and Other Essays, pp. 145-178. New York: Harper & Row.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment