Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 654 De kwestie van het naakt

Historiestuk. Tussen de lange, lange rij mannennamen vond ik toch nog een vrouw. Sophie Frémiet (1797-1867) [ook bekend als Sophie Rude], De hertogin van Bourgondië gearresteerd voor de poort van Brugge, 1841, olieverf op doek, 184 x 159 cm, Musée des Beaux-Arts de Dijon.

Foto gevonden bij ArtSalonHolland.

Het sprookje van de individuele aangeboren genialiteit is dus inderdaad een sprookje: het bestaat niet (zie aflevering 653). Je kunt dan ook niet zeggen dat vrouwen dat niet hebben, want hoe kun je iets niet hebben dat niet bestaat?

In haar essay Why Have There Been No Great Women Artists? heeft Linda Nochlin laten zien dat ‘grootsheid’ samenhangt met sociale instituties, met wat zij verbieden en aanmoedigen bij diverse individuen uit verschillende klassen en groepen (zie afleveringen 638-653). In het deel De kwestie van het naakt van haar essay onderzoekt ze een simpel maar wezenlijk punt: de beschikbaarheid van het naaktmodel voor kunststudenten vanaf de renaissance (± 1300) tot tegen het eind van de negentiende eeuw (± 1899).*

In die periode (±1300-1899) was een zorgvuldige en uitgebreide studie van het naaktmodel essentieel in de training van elke jonge kunstenaar. Het was de enige weg naar het maken van werk dat het stempel ‘grootsheid’ kon krijgen. Bovendien kon je alleen op die manier toegang krijgen tot de toenmalige hoogste vorm van schilderkunst: historieschilderkunst.*

Historieschilderkunst verbeeldt gebeurtenissen uit de klassieke oudheid en mythologische verhalen, uit de Bijbel en Christelijke geschiedenis, uit de literatuur of nationale geschiedenis. Historiestukken zijn vaak veel groter dan genrestukken (schilderijen van het dagelijks leven van de gewone mens), landschappen, portretten en stillevens. (Zie ook ArtSalonHolland over historiestukken mét afbeeldingen.)

Sommige verdedigers van het traditionele schilderij in de negentiende eeuw vonden dat een schilderij zónder naakten nooit een groots werk kon zijn. Waarom? Figuren met kleren aan zijn niet tijdloos, ze ‘vernietigen de temporele universaliteit’, en geklede figuren voldoen niet aan de klassieke idealisering die grote kunst vereist.*

Dus, ja, natuurlijk, staat het leren tekenen van naakten centraal op de openbare academies die zijn opgericht eind zestiende, begin zeventiende eeuw. Het naaktmodel op die academies was in ieder geval tot 1850 een man, want het vrouwelijk naakt was verboden. Er waren ook groepjes kunstenaars die met hun leerlingen naaktmodeltekensessies in hun ateliers organiseerden. Het naaktmodel in die privésessies was meestal een vrouw.*

Kon elke kunststudent/leerling deelnemen aan die openbare of privésessies naaktmodeltekenen? Zeker. Als je een man was, zoals ook schilderijen van die sessies laten zien: allemaal mannen geschaard rondom een naaktmodel. Bijvoorbeeld: Tekenen naar naaktmodel in Rembrandts atelier ca. 1650 (even naar beneden scrollen), of De studio van Jean Antoine Houdon (1741-1828), of Interieur van David’s Atelier.*

De kunststudenten die toevallig vrouw waren hadden totaal geen beschikking over welk naaktmodel dan ook, man noch vrouw.*

*Nochlin, L. (1971). ‘Why Have There Been No Great Women Artists?’ In Women, Art, and Power and Other Essays, pp. 145-178. New York: Harper & Row.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment