Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 664 Rebel 7 Activist en vroedvrouw Suzanne Voilquin

De afbeelding heb ik gevonden bij Graphic History Collective. Als je de link volgt, vind je het getekende verhaal van Suzanne Voilquin.

Olympe de Gouges en haar revolutionaire evenknieën (zie aflevering 663) staan natuurlijk niet alleen, maar over het geheel genomen waren het ook zware tijden voor het gros van de mensheid. In feite bepaalden een paar rijke types de levens, vaak vol armoede, van velen, vrouwen én mannen. De eeuw die volgde op die van De Gouges, de negentiende eeuw, kenmerkt zich door stinkende fabriekssteden, krotwoningen, kelderwoningen, honger, ziekte en gedwongen prostitutie.

Dit is wel allemaal Europees, moet ik er volledigheidshalve nog even aan toevoegen.

Heel veel negentiende-eeuwse vrouwen die thuiswerk doen om aan de kost te komen, moeten de fabriek in. Hun lonen, altijd al minder dan dat van mannen, lopen terug tot de helft en soms zelfs een kwart van de mannenlonen. Het loon van hun werkdagen van zestien uur is nauwelijks genoeg om niet te verhongeren. Als vrouwen in opstand komen, wordt hun verzet harder neergeslagen dan bij stakende mannen.

In 1832 verschijn het blad La Femme libre (De vrije vrouw), waarvan Suzanne Voilquin de initiatiefnemer is. Ze roept op tot solidariteit tussen arbeidersvrouwen en burgervrouwen, tot verbinding in één belang in plaats van twee aparte groepen die tegenover elkaar staan. Ze vestigt stevig de aandacht op de noodzaak van onderwijs aan arbeidersvrouwen. Het blad wordt in 1834 bij wet verboden.

Nadat Voilquin in de VS en Egypte heeft gewoond (1833-1836), pakt ze in Parijs haar strijdbare leven weer op. Ze behaalt haar vroedvrouwdiploma bij de Faculteit Geneeskunde in Parijs en laat zich scholen in de homeopathie. Ze probeert samen met haar particuliere cliënten een vereniging voor ongehuwde moeders op te richten. Daarnaast droomt ze van een vereniging van uitsluitend vrouwen, gebaseerd op regelmatige bijeenkomsten, goed onderhouden ontmoetingscentra en het bijhouden van vrouwenarchieven.

Ze is helaas genoodzaakt in ballingschap te gaan. Het wordt een zevenjarig verblijf in Rusland (1839-1846), waarna ze in Parijs haar beroep van vroedvrouw én de vrouwenstrijd weer oppakt. In 1847 maakt ze plannen voor een huis waar uitsluitend verpleegkundigen kunnen huren. In 1848 schrijft ze in La Voix des femmes en eist via een verzoekschrift van de Voorlopige Regering de oprichting van een ambtenarenapparaat van vroedvrouwen.

Dan, onder de Tweede Franse Republiek (1848-1852), wordt ze weer stil. Misschien om wederom ballingschap te voorkomen, maar in ieder geval om voor haar ernstig zieke zus in Louisiana (VS) te zorgen. Pas in 1859 duikt haar naam weer op. Ze koopt bouwgrond in Saint-Maur (Frankrijk) met het oog op haar pensioen. Maar om onbekende redenen vertrekt ze in 1860 weer naar Louisiana. In 1864 keert ze definitief terug naar Frankrijk, zij het om in een bejaardenhuis van Sainte-Perrine (in Auteuil) te gaan wonen. Daar schrijft ze haar memoires, herinneringen aan de gevechten die ze geleverd heeft: Mémoires d’une saint-simonienne en Russie (1839-1846). Ed. Maïté Albistur en Daniel Armogathe. Paris: Éditions des femmes, 1977.

Bronnen die ik heb gebruikt voor deze info:

  • Baalen, Anneke van, Ekelschot, Marijke (1980, 2e druk). geschiedenis van de vrouwentoekomst. Amsterdam, feministiese uitgeverij de bonte was.
  • Le Maitron, Dictionaire Biographique.
  • Offen, Karen (2000). European Feminisms, 1700-1950: A Politcal History. Stanford, California, Standford University Press, p.34.

About the author

Susan Hol

Leave a Comment