Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 766 Wortels vrouwenonderdrukking: Federici (24)

Dit schilderij van Jan Steen staat bekend als ‘De burgemeester van Delft en zijn dochter’ (1655). De twee duidelijk belachelijk rijke types zijn Adolf Croeser en zijn dochter Catharina Croeser. De vrouw en het kind rechts worden niet bij naam genoemd. De vrouw, die bedelt om een aalmoes, liep in die tijd een hoog risico om als heks weggezet te worden. De afbeelding komt van de Rijksstudio, zie link onderaan het blog bij **

Wat opvalt is dat in Engeland de meeste heksenprocessen plaatsvonden in Essex, de plek waar in de zestiende eeuw het grootste deel van het land was onteigend. In de Britse regio’s zonder onteigeningen en ook zonder plannen om dat te gaan doen, zoals in Ierland en Schotse Westelijke Hooglanden, is er geenmelding van heksenjacht. In de verengelste en onteigende Schotse Laaglanden daarentegen maakte de presbyteriaanse reformatie minstens vierduizend slachtoffers, wat ongeveer gelijk staat aan één procent van de vrouwelijke bevolking.*

De verspreiding van het plattelandskapitalisme had allerlei gevolgen, zoals de landonteigening, een verdieping van sociale verschillen, een verbrokkeling van collectieve relaties (zie ook aflevering 765), en was daarmee een doorslaggevende factor voor de heksenjacht. Dit blijkt ook uit het feit dat vooral veel arme boerinnen (land- en loonarbeiders) als heks werden weggezet. Rijke en prestigieuze leden van de gemeenschap, vaak werkgevers of landheren ofwel individuen uit de lokale machtsstructuren met meestal nauwe banden met de centrale staat, zorgden voor de beschuldigingen. In de loop van de tijd nam bij de bevolking de angst voor heksen toe, maar ook de angst om beschuldigd te worden van hekserij of van opstandigheid. Dit zorgde voor actieve buren, zij gingen ook beschuldigen.*

In Engeland waren de heksen meestal oude vrouwen die weduwe waren en alleen woonden. Ze zaten in de bijstand of gingen van huis tot huis om te bedelen voor wat eten en een pot wijn of melk. Hun armoede valt op in de bekentenissen. Hun zogenaamde duivelse misdaden lijken vooral een klassenstrijd op dorpsniveau. De vele manieren waarop de klassenstrijd heeft bijgedragen aan het maken van een Engelse heks, blijkt uit de aanklachten tegen Margaret Harkett, een weduwe van vijfenzestig jaar die in 1585 in Tyburn werd opgehangen:

  • Ze had zonder toestemming een mandje peren geplukt in het veld van de buren en toen ze dat terug moest geven smeet ze de peren boos neer; sindsdien groeien er geen peren meer op het veld.
  • De bediende van een brouwer weigerde haar wat gist te geven; de brouwkraam droogde op.
  • Ze werd geslagen door een baljuw die haar had betrapt toen ze hout verzamelde op iemands grond; de baljuw werd gek.
  • Een buurman weigerde haar een paard; al zijn paarden stierven.
  • Iemand betaalde haar minder voor een paar schoenen dan ze had gevraagd; later stierf hij.
  • Een heer vertelde zijn bediende haar geen karnemelk te geven; ze konden geen boter of kaas meer maken.*

Dit verhaal van Harkett is een terugkerend patroon. De vrouwen die voor de rechtbank moeten verschijnen zijn allemaal arme vrouwen die bedelen om te overleven en boos worden als ze niks krijgen. Die boosheid wordt dan beschreven als ‘vervloeken’. De heksenjacht groeide daar waar de gegoede klasse constant bang was voor de lagere klassen. Natuurlijk heersten er kwade gedachten onder de lagere klassen, want alles wat ze hadden was afgepakt. Dat de welgestelden de aanval op populaire magie openden is volgens Federici niet verrassend, omdat de ontwikkeling van kapitalisme altijd is samengegaan met de strijd tegen magie. Daarin is tot op de dag van vandaag geen verandering gekomen.*

Magie is gebaseerd op de overtuiging dat de wereld bezield en onvoorspelbaar is en dat er in alle dingen (water, bomen, materie, woorden) een kracht zit. Het waren vaak de arme mensen die rituelen uitvoerden om te kunnen overleven, om onheil weg te houden met kalmeren, vleien en manipuleren. Deze anarchistische en moleculaire opvatting van de verspreiding van macht in de wereld was een gruwel in de ogen van de nieuwe kapitalistische klassen. Brrrr, onvoorspelbaarheid, bevoorrechte relaties met de natuurlijke elementen, geloof in krachten die alleen voor individuen beschikbaar zijn. Weg ermee! Die natuur moet beheerst worden, anders komt er niets van uitbuiting.*

Om te kunnen domineren, moesten de kapitalisten zorgen voor toenemende rationalisatie. Praktische problemen moesten met technologie en niet met magie opgelost worden. In de zestiende eeuw was de aanval op magie al flink onderweg en vrouwen waren het meest waarschijnlijke doelwit. De heksenjacht opende de aanval op een brede verscheidenheid aan praktijken van vrouwen, maar de mannen vervolgden vooral vrouwen die tovenaar, genezer en/of uitvoerder van bezweringen en waarzeggerij waren. Deze vrouwen maakten aanspraak op magische macht en dat ondermijnde de macht van de autoriteiten en de staat, want ze gaven de armen vertrouwen in hun vermogen om dingen in hun natuurlijke en sociale omgeving te veranderen.*

Opvallend is dat deze heksenjacht samenviel met een sociaal-economische crisis. Het grootste aantal aanklachten en vervolgingen viel in de periode van fikse prijsstijgingen (eind zestiende, eerste helft zeventiende eeuw). Daarnaast viel de intensivering van de vervolgingen samen met en de uitbarsting van stads- en plattelandsopstanden, de zogenoemde Boerenoorlogen en opstanden tegen landonteigening. Honderden mannen, vrouwen en kinderen, gewapend met hooivorken en schoppen, vernietigden de nieuw geplaatste hekken rond hun aloude gemeenschapsgronden en verkondigden dat ze van nu af aan niet meer hoefden te werken. In Frankrijk was er in 1593–1595 de opstand van de Croquants tegen de tienden, buitensporige belastingen en de stijgende broodprijs, een fenomeen dat in grote delen van Europa massale hongersnood veroorzaakte.

*Silvia Federici, Caliban and the witch, 2004.

** Afbeelding bij dit blog: Rijksmuseum, Rijksstudio, geraadpleegd 7 juni 2023.

About the author

Susan Hol