Feuilleton Abramovic - PhD

Aflevering 96 Feminisme, een (etymologisch) brononderzoek

Screenshot. Klik voor het YouTube filmpje over Hubertine Auclert op haar gelinkte naam (zesde alinea).

Buiten dat Marina Abramović zelf ontkent dat ze feminist is, moet ik zeggen dat ik het eigenlijk met haar eens ben. Het spreekt simpelweg niet uit haar werk en het is zeker niet iets waar ze het over heeft als ze over haar werk vertelt.

Maar wat is dan precies een feministische kunstenaar, wanneer ben je dat? Sowieso, wat is feminisme eigenlijk? Ha! Ik ben natuurlijk bij lange na niet de eerste die deze vraag stelt en al helemaal niet de enige die daar een antwoord op wil formuleren. Maakt niet uit, ik ga dit gewoon lekker op mijn manier uitspitten.

Het definiëren van feminisme is lastig, zoveel is zeker. Hoe komt dat? Ik denk dat Marlite Halbertsma daar in 1978 al een vrij goed antwoord op had. Ze schrijft in haar inleiding in de tentoonstellingscatalogus feministische kunst internationaal: ‘Het feminisme blijkt […] al snel geen vaststaand geheel van op elkaar aansluitende theorieën te zijn, maar een verzameling van denkbeelden, die variëren naar de tijd en de plaats waar ze worden uitgesproken en die bovendien nauw samenhangen met de positie van de vrouw die ze formuleert (1978, p.5).’

De woorden van Halbertsma gelden in de huidige tijd nog steeds, al is er ondertussen een heel scala aan theorievorming geproduceerd. Maar om bij het begin te beginnen: waar komt de term ‘feminisme’ vandaan?

Wie was de uitvinder van de term, was het een vrouw?

De geboorte van term ‘feminisme’ hangt samen met de strijd voor het vrouwenkiesrecht eind negentiende eeuw. Tenminste, dat dacht ik altijd, maar zo eenvoudig blijkt dat niet te liggen. Zoekende op het wereldwijde web stuit ik als eerste op Hubertine Auclert (1848-1914). Zij was journalist en vurig strijder voor het kiesrecht. Naar het schijnt heeft zij als eerste vrouw de term ‘féminisme’ rond 1881 in een artikel gebruikt. In 2009 vond ik een blog getiteld Hubertine Auclert – une suffragette française (jazeker, geschreven in het Frans 😉 ) op de site van RoSa (Rol en Samenleving), een Belgisch expertisecentrum. In dat blog staat dat Auclert in dat jaar 1881 het maandblad La Citoyenne heeft opgericht waarin het bewuste artikel met de term ‘féminisme’ verscheen.

Een kolfje naar mijn hand natuurlijk: een vrouw die de term feminisme heeft gemunt. Bovendien lijkt het logisch dat een Française – al schrijvend over de vrouwenzaak en bekend met de woorden ‘femme’ voor ‘vrouw’ en ‘féminin’ voor ‘vrouwelijk, van de vrouw(en)’ – terechtkomt bij een woord als ‘feminisme’.

N.B. Het is daarbij goed om te weten dat ‘isme’ een achtervoegsel is ‘[…] waarmee van (veelal) uitheemse zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en eigennamen zelfstandige naamwoorden worden gevormd die betekenen: geheel van opvattingen, beweging, richting, systeem mbt. het in het grondwoord bedoelde’ (Dikke Van Dale, 2015). Dus om een beweging aan te duiden die zich bezighoudt met zaken die vrouwen betreffen, zal een frans persoon al gauw met het woord ‘féminin’ komen tot ‘féminisme’. In de Nederlandse taal verdwijnt het accent en wordt het ‘feminisme’.

In hoeverre kloppen deze gegevens?

About the author

Susan Hol

Leave a Comment