De institutionele kunsttheorie houdt kortweg in dat iets kunst is als daartoe geëigende personen zeggen dat het kunst is. Een kunstwerk is in die theorie een artefact, iets door mensen gemaakt, en de geëigende personen zijn leden van de kunstwereld: critici, museumdirecteuren, kunstenaars, kunsthistorici, galeriehouders en verzamelaars. Alleen deze leden kunnen een artefact de status van kunstwerk toewijzen. De theorie komt van George Dickie, emeritus hoogleraar in de filosofie aan de universiteit van Illinois, Chigago. Zijn theorie heeft hij geformuleerd in Art and the aesthetic. An institutional analysis.
Institutionele kunsttheorie
Susan Hol, De Klaproos, 18052020, collage, 20 x 23 cm.