Levenswijsheden

Kom je exposeren?!?

Gisteren werd ik boos.

En wel hierom.

Ik krijg de ene uitnodiging na de andere om met mijn werk te komen opdraven, om deel te nemen aan beurzen, expo’s, stands, groepstentoonstellingen, noem maar op. Niet alleen nodigen mensen in Nederland mij uit, nee, ik krijg mail uit heel Europa en, zeg ik er qua Brexit voor de zekerheid nog even bij, Engeland. Ja, zelfs Amerika weet me te vinden.

Ben ik dan zo’n beroemde, geliefde, veelgevraagde, welbekende kunstenaar? Welnee, ik rommel op z’n Louise Bourgeois maar wat aan, leg mijn hart in de dingen die ik maak zonder daar nou per se woorden aan te willen geven. Sterker nog, die woorden, of een groot verhaal, komen tijdens of na het werk niet zomaar spontaan bovendrijven. Het enige dat ik weet is dat ik er met lijf en leden en met ziel en zaligheid bij ben tijdens het beeldend werken.

Waarom krijg ik dan toch al die uitnodigingen? Het antwoord is simpel: omdat ánderen geld willen verdienen aan kunstenaars. Kom je ook exposeren in onze galerie, bij onze beurs, groepstentoonstelling, stand, in onze net vrijgekomen tentoonstellingszaal, in de gemeenschappelijke ruimte van ons buurthuis, in ons hotel, tijdens ons festival en … (nou ja, verzin het maar)? Hartstikke leuk zeg! Dat kost dan…

En dan komen de bedragen, want hun kosten worden natuurlijk naar mij doorberekend. Soms kost het ‘maar’ 50 euro, maar meestal meer in de richting van 200 tot 500 euro. Het kan zelfs oplopen naar 1000 euro. Oh ja, en natuurlijk is er ook vaak een aanbieding: het kost éigenlijk 500 euro maar vandaag geldt een korting van 250 euro… omdat ik het ben…

Om het voor mij desondanks aantrekkelijk te maken proberen ze me te verleiden met ‘het publiek’: natuurlijk kost het tentoonstellen van je werk het een en ander, maar er komen hier altijd heel veel mensen, állemaal potentiële kopers. En: in de andere jaren dat we dit deden hebben heel veel kunstenaars werk verkocht. Dit onzichtbare publiek wordt bovendien fijntjes aangeprezen als dé weg naar grote bekendheid.

Waar hebben we dit allemaal meer gehoord? Het zijn natuurlijk doodgewone botte marketingtricks. Nou ja bot, dom, want de echte marketeer weet dat deze trucs niet meer zo heel goed werken tegenwoordig. Soms blijkt de beurs, tentoonstelling of het zaal(tje) helemaal niet te bestaan en ben je gewoon je geld kwijt, maar meestal kun je wel echt je werk tentoonstellen. En dan maar hopen dat íemand het ziet, dat je misschien iets verkoopt. Aan het eind van het liedje komt het erop neer dat je geluk hebt als je je werk heelhuids terugkrijgt.

Gisteren kreeg ik weer zo’n mail. In eerste instantie denk je, heeee leuk, exposeren! Tot je de rest van het verhaal leest en weet dat je dit vooral geld gaat kósten.

Boos smeet ik de mail in de prullenmand. Opzouten met die shit, ik zoek mijn eigen plekken wel uit om te exposeren, in prettig overleg met de mensen die gaan over die plekken en wiens hart dichterbij de kunst dan bij hun businessmodel ligt. Als ik mijn werk ergens ophang, dan is dat om mensen ervan te laten genieten, om ze te laten ervaren dat een kunstwerk in het echt bekijken iets heel anders is dan er vanaf je computerscherm naar zitten turen. En ja, de meeste zijn te koop! 

About the author

Susan Hol

Leave a Comment